André van Duin over zijn computergebruik: ‘Ik doe het toch in mijn eentje en heb geen specialisten om mij heen’

André van Duin: ‘Dan komen de extra geluidjes erbij. En schuif ik bijvoorbeeld Ome Joop even iets naar voren, of Bep en Toos moeten iets zachter, of Harry Nak…’ (foto: Richard Helwig)

Laatste update 17-09-2018 – Noem de Dik Voormekaar Show en heel Nederland weet waar het na al die jaren nog over gaat. Dit wekelijkse radioprogramma gemaakt door André van Duin en Ferry de Groot mondde uit in een ongekend groot succes. In oktober 2002 praat Richard Helwig met André van Duin over deze show die op dat moment weer wekelijks op de radio is. In december 1994 is hij voor het eerst bij hem thuis om te praten over ‘Animal Crackers’. In beide interviews staat zijn thuisgebruik van de computer centraal. Techniek? Hij gaat er makkelijk mee om. Een prachtige terugblik. 

Het is een stralende, doordeweekse middag in oktober 2002 als ik André van Duin in zijn fraaie grachtenpand in het hartje van Amsterdam opzoek. De ramen staan wagenwijd open. Het beeld biedt een schitterend uitzicht over de grachten. Een terugblik op dit interview waarbij zijn computergebruik als onderwerp centraal staat. Een veelzijdig entertainer en al vanaf het begin van de jaren zeventig aan de top van de vaderlandse amusementsindustrie. Dat is een korte omschrijving van André van Duin. ‘Als Rotterdammer is het misschien vreemd te zeggen, maar ik voel me thuis in deze stad,’ begint hij het gesprek. ‘Als kind, toen ik artiest wilde worden, droomde ik al van Amsterdam. In het telefoonboek zocht ik de namen op van de artiesten die ik bewonderde. Ik ging daar voor de deur staan tot ze naar buiten kwamen. En nu woon ik er zelf. Ik kan er, ondanks de drukte, helemaal mijzelf zijn.’ Vrije tijd betekent veel voor hem. Hij doet het wat betreft zijn werk op dat moment een stuk rustiger aan: geen theater en geen grote televisieshows meer. ‘Ik vind het wel lekker zo en ben niet geboren met het idee dat ik mijn hele leven moet vullen met werken. Ik doe nog wat losse dingen en vindt het leuk om een paar dagen weg te zijn of om gewoon thuis te zijn. Een beetje zoeken op internet, televisie kijken, met mijn digitale fotocamera wat opnamen maken zonder dat iets moet. Of ik ga gewoon een kopje koffie drinken in een cafeetje. Zou ik vroeger nooit de tijd voor gehad hebben, nu doe ik het en ik vind het heerlijk. Ik ben gelukkig nooit verslaafd geweest aan mijn werk, heb er altijd goed afstand van kunnen nemen. Het is erg fijn dat mensen om mij lachen. Het is leuk om succes te hebben. Daar doe je het uiteindelijk voor. Maar ik zie het niet als een must.’

Graag in winkels

Op dat moment woont hij in een penthouse van zo’n 240 vierkante meter, inclusief dakterras. Natuurlijk heeft hij een eigen montagestudio waar verschillende montagecomputers staan opgesteld. In de huiskamer staat nog een computer die hij naar eigen zeggen hoofdzakelijk gebruikt voor e-mail en internet. ‘Vanaf het allereerste begin ben ik al bij dit stukje ontwikkeling betrokken. Het is ook allemaal zo simpel,’ geeft hij aan. ‘Ik mail veel. Maar ik heb er wel een filter opgezet om van ongewenste post verstoken te blijven. Boodschappen via internet doe ik niet. Ik kom graag in winkels en heb daar internet niet voor nodig. Wel bestel ik nog wel eens boeken en cd’s en dat gaat altijd prima. Ik lees geen kranten van het beeldscherm. Mijn lopende abonnementen op een ochtend- en avondkrant vind ik veel handiger.’ Techniek heeft André altijd mateloos geboeid. ‘Als ik geen artiest was geworden, dan was ik in elk geval iets in de techniek gaan doen. Dat is de reden waarom ik zo gemakkelijk met de computer omga. Ik kan het iedereen aanraden om er zoveel mogelijk mee om te gaan. Ook de mensen die er nog niet aan begonnen zijn. Zelfs op latere leeftijd.’ Computerbeurzen bezoekt hij niet meer. Wel is André geabonneerd op enkele buitenlandse computerbladen die niet in ons land in de boekhandels te vinden zijn. ‘Ik hoef trouwens niet zo nodig door een verkoper een bepaalde richting in te worden geduwd. Alle informatie is toch op internet te vinden? Het zoekprogramma Google is mijn meest favoriete. Een kind kan de was doen. Je tikt een bepaald zoekwoord in en je krijgt oneindig veel sites voorgeschoteld waar je mee verder kunt. Het is zelfs zo dat ik nog wel eens ergens op een website het nieuwste model van een apparaat gevonden heb, terwijl ze in de winkel nog niet eens van het bestaan afweten. Je hoeft de deur niet meer uit om alles te weten te komen.’

Geen halsbrekende toeren

Over de prijzen van software is hij beduidend minder te bespreken. ‘De software die je moet kopen, vind ik nog steeds erg duur. Je koopt een enorme doos en als je die dan openmaakt, komt er alleen maar een cd-rommetje uit en de rest is leeg. Ik blijf me daar over verbazen. Gebruiksaanwijzingen lees ik van tevoren niet en raadpleeg ik pas als ik iets niet helemaal weet. Veel andere naslagwerken heb ik niet, omdat ik ze toch niet gebruik.’ En wijst naar zijn computers. ‘Het is allemaal Apple wat hier de klok slaat. Als ik een hele ruwe schatting zou moeten maken, heb ik nu de vijftiende Apple in vijfentwintig jaar tijd bij me thuis staan. Ik heb er dus altijd mee gewerkt. Het grote voordeel is dat iedereen het kan. Mensen die op oudere leeftijd bijvoorbeeld een video willen gaan monteren, hoeven geen halsbrekende toeren uit te halen. Ze kunnen er redelijk snel mee uit de voeten, omdat het erg gebruikersvriendelijk is. De praktijk is en blijft de beste leerschool. Gelukkig heb ik ook geen hardnekkige virussen gehad of zo. Wel wat vastlopers, maar die waren over het algemeen weer redelijk snel te verhelpen. Ik heb geen ervaringen met helpdesks omdat ik die nooit bel.’

Een lange samenwerking

Het is eind 1972 als André door Radio Noordzee wordt gevraagd om een radioprogramma te gaan presenteren. Hij stemt hiermee in. Op dat moment is Ferry de Groot technicus bij deze zender en wordt aan André gekoppeld. Beiden weten dan nog niet dat ze als uniek duo een lange samenwerking tegemoet zullen gaan. Na de start van het programma in 1973 wordt al snel De Dik Voormekaar Show geboren welke in de zeventiger en tachtiger jaren bij de NCRV wordt voortgezet. Vele luisteraars zijn steevast aan de radio gekluisterd als de zelfbedachte figuren uit de show met elkaar in de clinch gaan waarbij mijnheer Voormekaar continue probeert het programma in goede banen te leiden terwijl mijnheer De Groot dat weer net zo snel weet te ondermijnen. Ondertussen proberen vele typetjes zoals Bep en Toos, ome Joop, Harry Nak, Dikke Leo, Henk Dulles zich ermee te bemoeien. De chaotische taferelen zijn voor velen een waar genot om wekelijks naar uit te kijken. De radio-uitzendingen blijven populair totdat het tweetal in 1985 besluit te stoppen. In oktober 2000 keert De Dik Voormekaar Show, inmiddels uitgegroeid tot een legendarisch radioprogramma, voor een aantal seizoenen terug. Dat gebeurt dit keer bij de TROS. Ten tijde van dit interview is De Dikvoormekaar Show elke zaterdag van half twaalf tot twaalf uur op Radio 3 te beluisteren. Deze terugkeer is te danken aan de optredens van André en Ferry in het tv-programma Kopspijkers en Spijkers met koppen bij Jack Spijkerman. Dit keer loopt De Dikvoormekaar Show door tot aan mei 2003. ‘Het klikte als vanouds,’ vertelt André me. ‘Dit is ook iets dat ik puur voor mijn plezier doe. Met geluid kun je enorm veel kanten op. Vroeger was het knippen en plakken van banden. Nu doe ik alles met de computer. En werk ik met het montageprogramma Protools. De mogelijkheden vind ik eindeloos. Je kunt blijven schuiven, veranderen en verbeteren. Dat werken met de computer heeft wel een nadeel, want het kost veel meer tijd dan vroeger. Het was toen wel moeilijker werken, want alles moest in één keer goed zijn. Als het nu niet goed is, kun je het altijd nog herstellen en weer overdoen. Nog wat beter, nog wat scherper, nog eens opschuiven…’

‘Alle types praten erg veel door elkaar, maar dat is zo lekker, je zet heel makkelijk een stem even iets zachter of harder.’

Enorme chaos

Het kopiëren van digitale bestanden met de computer is volgens hem geweldig. ‘Nu kun je dat doen tot je groen en geel ziet. Je hebt geen enkel kwaliteitsverlies. Dat was toen wel anders.’ De geluidseffecten vindt hij het leukste om te doen. ‘Dinsdag maak ik een montage, verknip een plaatje, haal daar wat zinnetjes uit. Op woensdag spreken Ferry en ik altijd de stemmen in voor een nieuwe show. Maar donderdag is altijd de leukste dag, want dan ga ik alles mixen en monteren. Dan komen de extra geluidjes erbij. En schuif ik bijvoorbeeld Ome Joop even iets naar voren, of Bep en Toos moeten iets zachter, of Harry Nak… Alle types praten erg veel door elkaar, maar dat is zo lekker, je zet heel makkelijk een stem even iets zachter of harder. Maar het moet wel een enorme chaos blijven natuurlijk.’ André benadrukt dat het een ‘echte thuishobby’ is. ‘Het is niet winstgevend, het kost alleen maar geld. Maar het is gewoon leuk om te doen. Ik vind Dik Voormekaar zelfs het leukste wat ik ooit in mijn carrière heb kunnen doen. Nu zeker, met de mogelijkheden die de computer biedt. Want die zijn eindeloos.’

Alles uit ervaring geleerd 

In december 1994 vertelt André van Duin me over zijn ‘kick’ om zijn succesvolle tv-programma ‘Animal Crackers’ zelf te maken en kant-en-klaar af te leveren bij de televisie. ‘Ik heb alles uit ervaring geleerd. Ook door veel te luisteren naar anderen. Je moet de apparatuur gewoon uitproberen. Niet bang zijn. En een beetje interesse hebben voor de techniek.’ Dit programma werd aan maar liefst 25 landen verkocht. André: ‘Na de opnamen heb ik altijd voor vele uren ruw materiaal. Door alles te bekijken kom ik vanzelf op de nodige ideeën. Een beetje heen en weer spoelen, stilzetten, stemmetjes erbij en zo. Gewoon lekker rommelen.’ Er zijn maar weinig videosystemen waar hij niet mee heeft gemonteerd en hij kent ze dus allemaal. ‘Ik begon ooit met U-MATIC. Dit was een goed systeem maar voor uitzending helaas niet geschikt. Ik stapte over naar BVU. Nu werk ik met BETACAM-SP. Ik heb alle banden opgeslagen in mijn computer, zodat ik snel bepaalde fragmenten kan terugvinden. Anders is het geen doen. Dan zou ik dagenlang aan het zoeken zijn naar bepaalde stukken. Daar heb ik geen tijd voor.’

Nog maar één recorder

In oktober 2002 vertelt André: ‘Van al die analoge apparatuur die ik toen had (ten tijde van ons interview in 1994, red.), heb ik nu nog maar één recorder over. De rest is allemaal digitaal geworden.’ Hij vindt het grote voordeel van digitaal dat er niet meer eindeloos heen en weer hoeft te worden gespoeld met banden. ‘Geen slijtage, geen plotselinge vastlopers of andere problemen.’ En weten hoe het allemaal werkt is voor hem erg belangrijk. Want daarover zegt hij: ‘Ik doe het toch in mijn eentje en heb geen specialisten om mij heen. Ik moet het dus zelf kunnen behappen. Ik zal best een heleboel knoppen vergeten, maar wat ik nodig heb, dat lukt me en dat gebruik ik ook.’ Over zijn shows: ‘Vroeger kon je twee dagen met een show voor televisie bezig zijn. Nu moet je er het liefst vier op een dag opnemen. Het is lopendebandwerk geworden en dan is de aardigheid er al snel vanaf. Ik ben gelukkig nooit verslaafd aan mijn werk geweest, heb er altijd goed afstand van kunnen nemen. Het is hartstikke leuk dat mensen om me lachen. Om succes te hebben. Daar doe je het uiteindelijk allemaal voor. Maar het is geen must.’ Wakker liggen over de vraag of zijn programma’s aanslaan, heeft hij nooit gedaan. ‘Ik ga redelijk onbekommerd door het leven. Sta niet snel bol van de stress en ben geen type om van iedere tegenslag een melodrama te maken.’ Zo was ‘Thuis Bij…’ een programma waarin het typetje Gerard van Bezij op bezoek ging bij bekende Nederlanders en hiermee zijn verbazing niet onder stoelen of banken stak. Uit medelijden liet niemand hem op de stoep staan en zo was televisiekijkend Nederland ‘thuis bij’ Anton Heyboer, Jacques Herb, Viola Holt en vele anderen. Ontspannen in zijn gekleurde bankstel vertelt hij over dit succes: ‘Ook hier geldt dat er veel werd geïmproviseerd. We werkten met een cameraman, een geluidsman en iemand voor de belichting en gingen aan de slag. Er was geen tekst van tevoren op papier gezet. Ik wist dus vaak zelf niet wat er ging gebeuren. Een vastomlijnd script hoeft dus niet altijd een voorwaarde te zijn.’