Annemarie van der Heijden en haar boeken: ‘Wat is er mooier dan de wereld te bekijken door de ogen van een kind?’

Kinderboeken maken blijft Annemarie geweldig vinden: ‘Ik hou er van om mijn karaktertjes op papier tot leven te zien komen. Ik word blij van het mengen van de kleuren en de geur van de verf.’ (eigen foto Annemarie van der Heijden)

Laatste update 20-09-2018 – Het maken van kinderboeken was voor Annemarie van der Heijden aanvankelijk alleen een hobby. Ze tekende avonturen met haar eigen zoontje Sem, onder diens alias Joppie, in de hoofdrol. Maar dat werd al snel serieuzer. Na vijf boeken werd Joppie vervangen door Noortje en dat meisje startte vanuit België en Nederland een reis om de wereld. Dat leidde tot een succesverhaal met een groot lezerspubliek. Richard Helwig stelde haar een aantal vragen.

Tekenen en schilderen doet ze al zo lang als ze zich kan herinneren. Maar volgde wonderwel geen enkele cursus of opleiding om te komen waar ze nu staat. ‘Misschien zou ik dat eens moeten doen, haha. Ik zou eigenlijk ontzettend veel willen leren. Technieken, werken met andere materialen. En ook de digitale kant van het vak.’ Annemarie van der Heijden is helder over haar droom die ze heeft verwezenlijkt om prentenboeken te maken. Lange tijd verdween die droom naar de achtergrond. Ze ging studeren, werken, trouwde en kreeg een zoon. Maar de creativiteit bleef borrelen. Toen hij een peuter werd, pakte ze potlood en penseel weer op en begon ze verhaaltjes over hem te schrijven en tekenen. Hiermee ging ze naar een open dag voor illustratoren van Clavis Uitgeverij. In 2009 verschenen de eerste boekjes over Joppie en in 2011 kwamen de eerste boekjes over Noortje daarbij. Een reeks waarvan inmiddels het vijftiende deel een feit is. Na meerdere herdrukken in Nederland en België zijn de boeken over Joppie en Noortje vertaald in het Chinees, Arabisch, Roemeens en Turks.

Op het lege vel papier

Kinderboeken maken blijft Annemarie geweldig vinden: ‘Ik hou er van om mijn karaktertjes op papier tot leven te zien komen. Ik word blij van het mengen van de kleuren en de geur van de verf. Het gevoel van een penseel in mijn hand laat me de tijd en alles om me heen vergeten. Ik kan helemaal zelf bepalen wat er gaat gebeuren op het lege vel papier dat voor me ligt. Ik wil steeds een stapje verder gaan, proberen de lat elke keer weer net iets hoger te leggen. Wat is er mooier dan de wereld te bekijken door de ogen van een kind? Daar is zo veel verwondering, onbezorgdheid, blijdschap en geluk. Het idee dat kinderen opgroeien met mijn boekjes en zich herkennen in de verhaaltjes en tekeningen die ik gemaakt heb, blijft een prachtig gevoel. Daar geniet ik zelf enorm van.’

Eigen belevingswereld

Schrijven en illustreren vindt ze niet moeilijk om te moeten combineren. ‘Ik vind het heel fijn om alles zelf te kunnen doen. Zo kan ik bepalen wat er gebeurt. Tijdens het schetsen kan het zomaar zijn dat ik bedenk dat het verhaaltje toch net iets anders gaat lopen dan ik vooraf heb bedacht. Alles zit in mijn hoofd. Ik zet, voordat ik begin met schetsen, in een aantal zinnen voor mijzelf op papier wat ik wil laten zien per pagina. De grote lijnen bespreek ik meestal vooraf met de uitgever. En het klinkt misschien een beetje gek, maar ik schrijf de teksten dus pas achteraf, als ik de illustraties klaar heb. Tijdens het schilderen verschijnt het verhaal vanzelf compleet in mijn gedachten. Bij mijn doelgroep voor Joppie en Noortje, peuters en kleuters, gaat het vooral om de herkenning van hun eigen belevingswereld. De tekstblokjes zijn kort en beschrijvend. Peuters kunnen mijn boekjes ook zelf “lezen”, dus zonder tekst. De tekeningen vertellen het verhaal. Ik zie mijzelf dan ook meer als illustrator. De teksten die ik schrijf zijn zo kort, daarmee durf ik mezelf geen schrijver te noemen.’

‘Ik kijk gewoon om me heen, naar wat kleine kinderen doen. Wat ze grappig vinden of juist niet.’

Niet teveel laten beïnvloeden

Gemiddeld werkt ze vier maanden aan een boek. Dat lijkt misschien lang, maar daarnaast werkt Annemarie in haar dagelijkse leven als research analiste op de afdeling Biomoleculaire Chemie van de Radboud Universiteit Nijmegen. Ideeën voor nieuwe verhaaltjes zijn er volgens haar genoeg. ‘Na elk boek denk ik weer dat ze “op” zijn. Dan ben ik even leeg en moet ik mijzelf resetten. Tegenwoordig raak ik daar niet meer van in paniek. Als de ideeën komen, en ze komen tot nu toe altijd, staan ze meestal zo op papier. De ene keer duurt het wat langer dan de andere keer. Mijn inspiratie krijg ik aldoor. Ik kijk gewoon om me heen, naar wat kleine kinderen doen. Wat ze grappig vinden of juist niet. En daar probeer ik op in te spelen. Soms bespreek ik een idee met vrienden die kleine kinderen hebben of die zelf in het onderwijs zitten. Maar daar ben ik selectief in. Ik wil me niet teveel laten beïnvloeden door de mening van een ander. Of ik krijg verzoekjes voor een nieuwe titel van peuterleidsters na het voorlezen of na een workshop. En soms vraag ik na afloop van een voorleessessie of een workshop aan de kinderen wat voor nieuw avontuur Noortje nu weer zou kunnen gaan beleven. Daar krijg ik soms hele grappige reacties op. Als ik eenmaal een idee heb, bespreek ik mijn nieuwe titel vooraf met de uitgever. Met haar spreek ik gemiddeld twee keer per jaar ergens af. Dan drinken we wat, praten we even gezellig bij en maken we vervolgens een planning voor het komende jaar.’

Zelfs mee naar bed

Annemarie vindt dat er veel illustratoren en schrijvers zijn die uitstekend werk afleveren. ‘Er bestaan veel mooie prentenboeken. Ik heb een kast vol. Als kind was ik weg van Annie M.G. Schmidt, met de tekeningen van Fiep Westendorp. En dat is zo gebleven. Ik heb alle verhaaltjes herhaaldelijk voorgelezen aan mijn zoon toen hij nog klein was. Ook was hij gek van Bobbi, een reeks over een beertje van Ingeborg Bijlsma met illustraties van Monica Maas. Hij kende alle verhaaltjes, op rijm, uit zijn hoofd. Ik heb ze eindeloos voorgelezen. Als ik dan opzettelijk wat anders voorlas dan er stond, verbeterde hij me. Alles wat beschreven werd in de tekst is terug te vinden in de illustraties. Uiteraard heeft hij nu een kast vol met prentenboeken. Inmiddels zijn die aangevuld met stapels leesboeken.’

Een wat oudere doelgroep

Regelmatig spreken mensen haar aan. Bekend of onbekend. ‘Dat gebeurt ook via mijn website of Facebookpagina. Ik vind het fijn om te horen dat kinderen mijn boeken leuk vinden en dat ze mijn verhaaltjes naspelen. Dat het boekje overal mee naar toe moet of zelfs mee naar bed gaat. Of tot in den treure voorgelezen moet worden. Ik krijg er energie van en het zorgt ervoor dat ik met ontzettend veel plezier dit werk blijf doen.’ Zelf zegt ze dat er al zoveel van haar wensen zijn uitgekomen. ‘Ik weet nog goed dat mijn grootste wens was dat mijn boek uitgegeven zou worden. Vervolgens hoopte ik dat het aan zou slaan en wenste ik dat ik er nog eentje zou mogen maken, en nog eentje. Daarna kwamen de herdrukken en de vertalingen, het Kinderboekenbal, een eigen website. Ook die wensen kwamen uit. Er zijn in de afgelopen tien jaar maar liefst twintig boeken van mij uitgekomen, herdrukt en vertaald in meerdere landen. Mijn wens is om nog heel veel boeken te mogen maken en daar kinderen blij mee te blijven maken. Ik heb ook ideeën voor een nieuwe reeks. De eerste schetsen van de karaktertjes hiervoor staan al op papier. Ik wil me hier richten op een wat oudere doelgroep. Dan kan je ook wat meer onderwerpen uitwerken. En verder heb ik een tekst geschreven voor een prentenboek, ook voor een oudere doelgroep. In dit laatste geval werk ik dus wel andersom, eerst de tekst en dan de illustraties.’

Het nieuwste boek ‘Noortje viert carnaval’ is inmiddels verschenen bij Clavis Uitgeverij. Meer informatie over het werk van Annemarie van der Heijden vind je op haar website www.annemarievanderheijden.com.