Antoine Bodar: ‘Ik zit nooit in de zon, altijd in de schaduw die mij beter past.’

‘Het is de vraag of ik wel zo’n succes heb. Dat lijkt voor sommige mensen zo. Maar bekend zijn houdt niet in geslaagd zijn en succes hebben,’ vertelt Antoine Bodar (foto: Wessel de Groot).

Van onze redactie – Het hebben van vrije tijd is mateloos populair. Natuurlijk vult niet iedereen dat op dezelfde manier in. In deze reeks artikelen van Lezerzzz worden een aantal vragen over dit onderwerp aan de meest uiteenlopende Nederlanders gesteld. Dit keer is dat Antoine Bodar, bekend als rooms-katholieke priester, kunsthistoricus, auteur en hoogleraar.

Op jeugdige leeftijd wilde u al priester worden. Hoe ging dat?

‘Een jaar of zes, zeven was ik. Elke keer, wanneer ik in de kerk kwam, was ik onder de indruk van de liturgie. En zo ging ik als schooljongen elke dag naar de Mis. Niet alleen op de lagere school maar ook later op het Gymnasium. Toch ben ik pas later priester geworden. Dat had vooral te doen met de omstandigheden van de tijd in mijn jongelingsjaren. Het priesterschap is voor mij de levensbestemming van meet af aan geweest en blijkt het fundament van mijn leven.’

Kunnen we stellen dat u Nederlands bekendste priester bent?

‘Of ik de bekendste priester van Nederland ben, lees ik zelf ook in de krant. Maar bekend zijn is geen deugd. Dat kan veeleer tot de ondeugd van de verwaandheid leiden, als men niet waakzaam blijft. En vergeet u niet, dat er niet zoveel priesters zijn als vroeger. Het lijkt mij moeilijker de bekendste huisarts of advocaat of leraar genoemd te worden; want van hen zijn er veel meer.’

Denkt u niet dat sommige priesters stiekem een beetje jaloers op uw succes zijn?

‘Het is de vraag of ik wel zo’n succes heb. Dat lijkt voor sommige mensen zo. Maar bekend zijn houdt niet in geslaagd zijn en succes hebben. Anderzijds is afgunst is een menselijke eigenschap die ons allen aankleeft. In alle rangen en standen, beroepen en roepingen doet die eigenschap zich voor.’

Bij velen bent u geliefd. Dat moet toch prettig voelen.

Ik kan u gerust stellen. Er is evenwicht. Want ik krijg ook vele mails van mensen die vooral laten weten mij niet te moeten. Dat gaat tot hatemails toe. Maar van degenen, die mij wel mogen, hoop ik dat zij vooral in mij willen zien naar wie ik verwijs. En dat is God in Jezus Christus en zijn kerk. Mijn opdracht is dienaar te zijn.’

U heeft erg veel gestudeerd. Kunnen we stellen dat leren u altijd gemakkelijk af is gegaan?

‘Soms gaat studeren mij gemakkelijk af, soms ook niet. Ik ben geen zondagskind, maar een weekdagskind. Ik moet voor alles wat ik doe mij inspannen en daarom werk ik veel en meestal hard. Anderzijds studeer ik graag. Het behoort tot mijn liefhebberijen.’

Wat betekent vrije tijd voor u?

‘Rust nemen, voor zover mij dat lukt, om dan weer aan de slag te gaan. Maar rust betekent ook wandelen in de natuur, andere steden in Europa bezoeken en daar vooral de kerken en musea, naar muziek luisteren (klassieke, dat wel), films kijken en samen met vrienden de tijd nemen om te eten en wijn te drinken.’

Heeft u voldoende vrije tijd, vindt u zelf?

‘Het zou wat meer mogen zijn, maar ik ken mij zelf goed genoeg om te weten dat ik toch vooral geschikt ben om te werken. Als het kan in rust.’

U woont het grootste gedeelte van het jaar in Rome. Op welke plekken in Italië komt u graag?

‘Stilaan wordt het twintig jaar dat ik in Rome woon. Hier ben ik thuis. Vroeger reisde ik veel in Toscane en verbleef dan steeds in Florence. Eén van mijn twee zusjes woont in Foligno in Umbrië. Van tijd tot tijd reis ik naar haar en haar gezin en blijf daar dan een paar dagen. Ik zou mij kunnen voorstellen nog eens permanent in Umbrië te wonen. Maar ik probeer geheel Italië nog verder te ontdekken en reis het liefst naar plaatsen die bergachtig zijn. Ik houd niet zo van het vlakke land.’

Kunt u aangeven hoe uw gemiddelde dag eruitziet?

‘Gewoonlijk sta ik tegen acht uur op, drink en eet iets, lees de kranten en beantwoord de post. Tot kwart voor één werk ik (studeren, bidden, lezen, schrijven). Dan volgen het gezamenlijke middaggebed in de kerk (Santa Maria dell’Anima) en de gezamenlijke hoofdmaaltijd (pranzo) in dit priesterhuis (Collegio dell’Anima). Nadien werk ik tot de Mis om zes uur, tenzij ik een groep ontvang. Dat is tussen drie uur en vijf uur. Na de Mis probeer ik even naar buiten te gaan. Om half acht ’s avonds volgt desgewenst nog een korte maaltijd (cena). In de avond werk ik eerst en kijk later, zo mogelijk, naar een film op televisie. Om tien over elf bid ik met Radio Vaticana het avondgebed en ga omstreeks middernacht slapen.’

U heeft talrijke boeken op uw naam staan. Is schrijven ook een vorm van ontspanning voor u?

‘Ik denk dat vooral schrijven mijn voertuig is om mij te uiten, hoewel ik natuurlijk ook in Nederland lezingen houd en daarbij de improvisatie het plezierigst vind.’

Zondert u zich af als u schrijft?

‘Voor zover dat lukt. En geheel afsluiten is alleen nodig, wanneer een schrijverij af moet. Dan zet ik als het ware ook de bel af en beantwoord met mondjesmaat de post.’

U woont op de bovenverdieping van een voormalige werkfabriek. Veel wanden zijn van onder tot boven ingericht met boeken. Wat betekent lezen voor u?

‘In de melkfabriek die dateert van het begin van de vorige eeuw zijn vanaf de jaren zeventig appartementen gebouwd. Boeken zijn mijn stille vrienden. Ik laat hen spreken. Wanneer ik een boek open, treed ik binnen in een ander leven. Verleden of heden zijn niet aan de orde. Zo verkeer ik soms over eeuwen heen met een persoon die spreekt door zijn boek.’

Als u in Italië naar de televisie kijkt, wat zijn programma’s die u graag ziet?

‘Ik kijk naar het nieuws op de publieke zenders (RAI 1, 2 en 3), volg de kerkelijke aangelegenheden via TV 2000 en stem vaak af op RAI Storia (de geschiedeniszender in Italië) met documentaires en speelfilms.’

U voelt hem wellicht al aankomen, welke programma’s bekijkt u bewust niet?

‘Ik kijk nooit naar spelletjes, shows, sport, kookrubrieken of gezondheidsprogramma’s.’

Een onmogelijke vraag, maar wat was u geworden als de kerk niet had bestaan?

‘Als kind speelde ik of priestertje of schooltje. Zou ik geen priester zijn geworden, dan zou ik nog altijd leraar zijn geweest of programmamaker op radio en televisie.’

Wat vindt u de leuke en minder leuke kanten van het priester zijn?

‘Het mooiste van het priesterschap is het vieren van de liturgie (het opdragen van de Heilige Mis) en de gegunde nabijheid en troost in het luisteren naar anderen. Minder aangenaam is de teweerstelling tegen agressie jegens Christus, het christendom en de Kerk.’

Wat betekent humor voor u in het dagelijkse leven?

‘Humor is de balsem op de wonden van het leven en heeft veel te maken, denk ik, met zelfrelativering en inzicht in de betrekkelijkheid van het geheel de wereld. Ik kan wel lachen om gewichtigdoenerij en meer nog om situaties die ongerijmd zijn. Voor de rest houd ik het bij de glimlach van herkenning.’

Stemt de zon u vrolijk? Geniet u van het zonnige weer in Italië?

‘De zon geeft niet alleen licht en straling maar ook, en die behoefte is bij mij groot, warmte. De zon stemt dus tot vrolijkheid maar niet tot uitbundigheid. Ik zit nooit in de zon, altijd in de schaduw die mij beter past.’

Als u zichzelf zou moeten omschrijven in één zin, hoe zou u dit dan doen?

‘Eigenlijk is dat een schuwe en verlegen man die toch zijn mond roert.’

En als u zou moeten kiezen, wat vindt u het leukste wat u in uw loopbaan tot nu toe hebt meegemaakt?

‘Eigenlijk vind ik nooit iets “leuk”. Laat ik zeggen, dat ik mij altijd thuis voel achter de schrijftafel, achter het altaar en achter de katheder.’

Kunt u van u zelf zeggen dat u makkelijk met stress kunt omgaan?

‘Dat hangt ervan af. Vroeger minder goed dan nu. Maar opgewondenheid of geestdrift ken ik nog altijd. En slapeloze nachten ken ik alleen, wanneer ik in tijdnood ben of wanneer mij iets te emotioneel bezighoudt.’

Luistert u vaak naar muziek? Zo ja, wat heeft uw voorkeur?

‘Luister ik niet naar de stilte of bij een wandeling door de natuur naar die geluiden, dan luister ik naar Gregoriaans, muziek van de Middeleeuwen, de Renaissance, de Barok, klassieke muziek en naar het Franse chanson.’

Waar mogen ze u ’s nachts voor wakker maken?

‘Wanneer iemand in ernstige nood is of aan het sterven is.’

Gaat u nog wel eens op vakantie?

‘Ik ben geen type voor niets doen. Maar als ik reis, is dat al vakantie.’

Waar gaat u dan het liefste heen? Wat is uw meest favoriete vakantieland?

‘Italië en ook Frankrijk, eigenlijk alle landen in het zuiden van Europa, te beginnen in Vlaanderen.’

Heeft u bepaalde tips voor vakantiegangers die naar Italië afreizen?

‘Mijn raad is: gedraagt u rustig en bescheiden. Daarop reageren Italianen hoffelijk. En mijdt de toeristenindustrie, de toeristische winkeltjes en eethuizen in de grote steden waar afzetterij een sport kan zijn.’

Als u een maand op een onbewoond eiland zou moeten verblijven, wat zou u dan meenemen? U mag drie dingen kiezen.

‘Papier, pen en Bijbel.’

Als u het dagelijks nieuws leest, wordt u dan niet treurig om wat er allemaal aan ellende in de wereld gebeurt? Hoe gaat u daar mee om?

‘Lees ik echte ellende, dan probeer ik daaraan te denken in de dagelijkse gebeden. Voor het overige zie ik wel de betrekkelijkheid van het tijdelijke en aardse tegenover het eeuwige en het hemelse.’

Advertentie

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*