Bassie en Adriaan, achter de schermen van hun ongekend grote populariteit

Bassie en Adriaan tijdens de opening van hun eigen tentoonstelling in Vlaardingen tijdens de zomer van 2017. Bas: ‘We hebben alle televisieseries uit onze eigen zak betaald. Dus moest je, zoals wij altijd zeggen, doorrammelen.’ (foto: Lezerzzz)

Van onze redactie – Bassie en Adriaan zijn in de jaren zeventig, tachtig en negentig met verschillende televisieseries onafgebroken op de Nederlandse televisie te zien. Oneindig veel videocassettes worden in menig huiskamer versleten. Kinderen van toen bekijken tegenwoordig hele dvd-boxen. En de kinderen van die ouders kijken tegelijkertijd vrolijk mee. Lezerzzz verdiepte zich in dit succesvolle tweetal.

Met hun avonturen hebben ze alle andere jeugdprogramma’s ver achter zich gelaten. Denk aan Swiebertje, Pipo de Clown en zelfs Sesamstraat. En voorstellingen in theaters in het land met tweeduizend kinderen is in die jaren geen uitzondering. De broers Aad en Bas van Toor runnen een miljoenenbedrijf. Bijzonder is dat ze alle twee hun eigen producent zijn. En ook het management zelf doen. Geen eenvoudige opgave. Die persoonlijkheid is te merken in kleine dingen. Want als we in 1994 in opdracht van een tijdschrift een artikel hebben gemaakt en gepubliceerd, ontvangen we per kerende post een handgeschreven bedankkaartje van Bas. Misschien is het voeren van de eigen regie ook wel een groot deel van het antwoord op de vraag waarom het in zakelijk opzicht met de afleveringen op televisie, videobanden en dvd’s van Bassie en Adriaan altijd voor de wind is gegaan. Geen dure managers die geld achterover kunnen drukken. Geen onderlinge misverstanden die alleen maar nodeloos veel tijd en frustratie kosten. Geen financiers die woekerrentes rekenen. Alles houden ze bewust en doelgericht in eigen hand. En doen dat nog steeds. Zelfs bij het signeren van zijn autobiografische verhalenbundel ‘Allememaggies!’ in juli 2017 houdt Bas goed in de gaten wie er als fan aan zijn tafeltje verschijnt. En of er niemand stiekem voordringt. Hij zegt dan: ‘Ik hou graag zelf de regie in eigen hand, haha…’. Soms spreekt hij al te opdringerige fans aan die ongevraagd achter zijn tafeltje komen staan. ‘Ik snap dat niet. Als mensen voor mij aardig zijn, ben ik dat toch ook? Waarom hier dan niet?’. En Aad schreef het boek “Moe, ik kan een salto!”. Hierin vertelt hij over The Crocksons, het duo waarmee hij samen met Bas bekend werd. Hiermee waren zij al wereldberoemd voordat zij als duo Bassie en Adriaan gingen werken. En gaat hij in op hun carrière voor de televisie. Beide uitgaven hebben ze in eigen beheer gedaan.

Blauwe plekken en schrammen

Bas (1935) en Aad (1942) staan bekend als harde werkers. Van jongs af aan. Hebben hun succes niet zonder slag of stoot aan zien komen waaien. Ook nu blijven ze rasartiesten in hart en nieren. Zo zegt Bas: ‘Ik ben net een grammofoonplaat. Ik ga door tot op het gaatje.’ Hun eerste optreden doen zij voor een speeltuinvereniging in Vlaardingen. Bas en Aad, toen respectievelijk 19 en 12 jaar oud, presenteren zich op het toneel als acrobaten voor de gage van slechts tien gulden. Niemand ziet de blauwe plekken en de schrammen van het glas waaraan de jonge acrobaten zich daarvoor hadden bezeerd. Thuis was het misgegaan in de huiskamer. Vlak voor de ogen van hun moeder waren zij door de glazen deur van het voorkamertje gevallen. Moeders grote trots, het mooie dressoir, lag aan diggelen. Clown Bassie en acrobaat Adriaan beginnen als dat duo in het jaar 1975 vaste vormen aan te nemen. Beide broers komen dan in gesprek met Joop van den Ende met het voorstel om een televisieserie te gaan maken. Deze producent ziet dat wel zitten en gaat vervolgens met de TROS praten om het op de televisie te krijgen. Dat lukt. In 1976 en 1977 verschijnen de afleveringen van ‘Bassie en Adriaan en de Plaaggeest’ op televisie. Het verhaal is doordacht opgenomen en gemonteerd. Jaap Stobbe neemt de rol van de Plaaggeest op zich. Net als alle andere series die nog gaan volgen, komen er allerlei spannende momenten in voor. In het verhaal hebben beiden zich op een ochtend in hun caravan verslapen doordat Bassie vergeten is de wekker te zetten. En dat terwijl ze zich bij het circus hadden moeten melden. Daardoor hebben ze jammer genoeg geen baan meer. Allerlei andere baantjes proberen ze uit, maar iedere keer worden ze dwars gezeten door een mysterieuze plaaggeest. En dat levert de nodige consternatie op.

Afwassen met koelvloeistof

Eigenlijk staan de karakters van Bassie en Adriaan vanaf de eerste aflevering met de plaaggeest meteen al vast. Deze veranderen in alle daarop volgende televisieseries niet meer. Beiden zijn op harmonieuze wijze op elkaar ingespeeld. Bassie is een clown, met een rood geruit pak, groene broek en platte rode neus. Hij is enthousiast, vertrouwt altijd op Adriaan en zou niet zonder hem kunnen, vraagt hem herhaaldelijk om raad en stelt allerlei (vaak best wel zinnige) vragen, houdt van slagroomtaart en doet daar alles voor, is nog wel eens ongeduldig en handelt soms ondoordacht waardoor problemen ontstaan. Zoals tijdens hun avontuur in het Amerikaanse Death Valley waar temperaturen worden gemeten tussen de 40-45 graden. Na het bakken van een eitje op de motorkap wil Bassie de spulletjes afwassen met koelvloeistof uit de auto. Een onverstandige keuze, want hierdoor moeten ze kilometers lang door een snikhete woestijn lopen. Adriaan is een acrobaat, draagt een paarsblauwe blouse met ruches. Hij is de meest verstandige van de twee. Geeft geduldig antwoord op de vragen van Bassie. Komt met de nodige ideeën en lost problemen op. Stelt Bassie gerust als die in paniek is. Aad vindt het vanzelfsprekend dat er altijd iets leerzaams in de films aanwezig moet zijn. Hij zegt hierover: ‘Bassie en Adriaan geven het goede voorbeeld. Als Bassie iets aan mij vraagt, dan probeer ik daar een juist antwoord op te geven. De doelgroep is immers het kind. Die moet op een logische en zichtbare wijze kunnen begrijpen wat we bedoelen. Vertellen met beeld en geluid.’

Fantasie laten gaan en creatief zijn

Door het succes van de afleveringen met de plaaggeest wordt er door Bas en Aad meteen aan een volgende serie begonnen, ‘Het Geheim van de Sleutel’. Hier is het geen plaaggeest maar zijn het twee boeven, aangeduid met B1 en B2, aangestuurd door een zenuwachtige baas, die alle drie het leven van Bassie en Adriaan zuur proberen te maken. Later wordt de baas in de verhalen omgezet in een baron. Aad van Toor zegt over die boeven: ‘Ach ja, dat zijn gewoon twee klungels. Ik bedoel in onze films dan, haha… Dat is nou juist het leukste. Ze doen altijd alles verkeerd. Je kunt daar in het verhaal enorm veel kanten mee op. En die baron probeert het zaakje in de hand te houden, maar het lukt niet. Hij barst dan weer in woede uit om de telefoonhoorn op zijn luxe boot hardhandig tot moes te knijpen. Die ideeën komen allemaal van ons. Gewoon je fantasie laten gaan en creatief zijn.’ Na deze serie volgen er nog verschillende nieuwe titels. Allemaal zijn ze even succesvol. Het opnemen ervan kost het tweetal veel energie. Bas: ‘Het budget was krap. We hebben alle televisieseries uit onze eigen zak betaald. Dus moest je, zoals wij altijd zeggen, doorrammelen. Anders kom je in tijdnood en ook in de financiële problemen.’ Tegelijkertijd moeten ze ervoor zorgen dat aan kwaliteit niet wordt ingeboet. En dat is geen eenvoudige klus. Met zijn vrouw maakt Aad verre reizen om de televisieseries eerst op een gedegen manier voor te bereiden. Thuis regelt Bas ondertussen de zakelijke deals en de logistiek van het bedrijf. Aad: ‘Als we in het buitenland opnamen maakten, dan leek het voor een buitenstaander een lekkere vakantie. Maar dat was het geenszins. Iedere dag hadden we van tevoren zoveel mogelijk uitgestippeld om de productie compleet te kunnen maken. Als je alleen de lassen zou tellen uit één televisieaflevering, dan krijg je pas een beetje indruk van het vele werk dat er voor ons achter stak.’

Allerbeste cameramensen

Terug naar het jaar 1995. We spreken Aad bij hem thuis om het over het technische aspect van de televisieseries te hebben. Hij benadrukt dat ze altijd met de allerbeste cameramensen werken. En legt uit dat hij zelf al op jonge leeftijd is begonnen met het zelf ter hand nemen van een filmcamera. En heeft daar leuke herinneringen aan: ‘Werken met smalfilm was voor mij een boeiende hobby. Lekker thuis bezig zijn met animatie. Dat breidde zich snel uit. Toen we onze eerste producties maakten, was 16 mm film als master de meest aangewezen keuze. Monteren betekende toen nog letterlijk en figuurlijk knippen en plakken. Tegenwoordig is het Betacam SP waarmee we opnemen en monteren.’ Voordat de camera gaat draaien, leren Bas en Aad niet alle uit te spreken teksten letterlijk uit het hoofd. Aad: ‘We lezen het van tevoren goed door. Ik heb zelf de teksten geschreven, dus dat gaat voor mij misschien wat gemakkelijker dan voor Bas. Die laat overigens het bepalen van de inhoud van het gehele verhaal aan mij over. Zodoende hebben we tijdens de opnamen nooit discussies over wat we wel en niet moeten doen. Het werkt gemakkelijk als je de verantwoordelijkheden hebt verdeeld.’ Op zijn zolder thuis heeft Aad in die tijd alle apparatuur en vele videobanden netjes geordend staan. Hier ontstaan de avonturen van Bassie en Adriaan. Voordat er daadwerkelijk kan worden gedraaid, dient alles duidelijk op papier te zijn gezet. Aad schrijft met behulp van zijn computer de producties helemaal uit. Zijn vrouw Ina helpt hem daarbij. Nauwkeurigheid is hierbij van groot belang. Hij start een videoband. ‘Kijk, hier zie je dat Bassie een conversatie met mij heeft. Zie je dat de woorden en de beschrijvingen van de opnamen precies kloppen met het draaiboek?’ Hij spoelt de band versneld door. En zegt dan: ‘We doen veel scènes meerdere keren over. Zodoende is het gemakkelijker om te monteren. Als maker kun je de kijker werkelijk alles voorspiegelen wat maar mogelijk is. Dat maakt het juist zo leuk. Je ziet nu bijvoorbeeld een totaaloverzicht, een opname van veraf. Het lijkt net alsof we op datzelfde moment met elkaar staan te praten. Dat is in werkelijkheid niet het geval. Die scène is later opgenomen en er gewoon tussen geplakt.’

Daadwerkelijk te doen

Aad klinkt instemmend als we hem vragen of hij het monteren zelf door ervaring heeft geleerd. ‘Gewoon door het daadwerkelijk te doen. Dat is de beste leerschool. Als je monteert, dan moet je eerst goed met de camera hebben gewerkt. Pas dan zie je als editor wat voor fouten je kunt maken. Monteren vind ik heel erg leuk. Ik weet zeker dat dit tot uiting komt in de kwaliteit van onze producties. Het succes is wat mij betreft hier het keiharde bewijs van.’ Dan doet hij een grote kast open. Alle videobanden staan netjes hierin naast elkaar opgesteld. ‘Rechtop met de volle spoel naar onderen. En vooral zoveel mogelijk stofvrij. Dus berg ik alle banden steeds weer op in de plastic dozen. Er staat precies op de doos aangegeven wat erop is vastgelegd. Bepaalde opnamen moeten we immers snel terug kunnen vinden.’ In een andere kast staan alle mappen opgeborgen met de vele draaiboeken van de al gemaakte televisieseries en videocassettes.’

Voor een logeerpartij

Dieren hebben altijd een bijzondere rol in hun leven gespeeld. Ook in hun vele televisiewerk. Bas: ‘Denk maar aan mijn bekend geworden parkietje, Sweetie. ‘De kreet “Alles is voor Bassie!” werd echt door hem geroepen. Daar kwam geen enkele trucage aan te pas.’ Aad kijkt serieus en geeft aan dat dieren nooit tegen hun wil gebruikt mogen worden voor televisiewerk. En zegt dan: ‘Ik heb veel met paarden in het circus gewerkt. En met pony’s natuurlijk. We zijn mede gestopt met het circuswerk omdat we te veel van dieren houden. Je kunt mij echt niet vertellen dat een olifant het steeds weer leuk vond om die vele kunstjes te doen.’ Bas vertelt dat ze eigenlijk altijd al huisdieren hebben gehad. Aad onderbreekt hem: ‘Nou, wat je huisdieren noemt. De verscheidenheid is bij ons altijd heel erg groot geweest.’ Bas vervolgt: ‘Schapen, geiten, kalkoenen, paarden, konijnen, tropische vogeltjes… noem het maar op. Mijn dochter heeft slangen gehad. Van die gevaarlijke pythons. En mijn moeder een aap, haha… Daar hebben we echt mee gelachen! En wat te denken van dat jachtluipaard? Zelfs een tamme leeuw. Die was grootgebracht met melk. Dat was een enorm lief beest. Hij was eens een keertje voor een logeerpartij bij de moeder van Adriaan. En zijn moeder was op de bank in slaap gevallen. Met haar mond open. En die leeuw lag ernaast met zijn grote bek. Mensen die toen naar binnen in het huis hebben gekeken, moeten verschrikkelijk zijn geschrokken.’

“Drommels, drommels!”

Aad vertelt in die tijd over zijn papegaai: ‘Het is een Grijze Roodstaart. We hebben hem al vele jaren. Hij heet Kobus. “Hallo, vriendjes!” zijn slechts enkele overbekende kreten uit zijn rijke woordenschat. Het verveelt nooit. Daarbij komt dat hij alles na kan doen. Het alarm van een auto, de telefoonbel en zelfs mijn stem. Dat is soms verwarrend. Het komt nogal eens voor dat alleen mijn vrouw thuis is. Als iemand dan belt en naar mij vraagt, dan ben ik er dus gewoon niet. Net op zo’n moment schreeuwt Kobus het uit. Precies met mijn stem! Men dacht dat ik wel aan de telefoon kon komen, maar niet wilde. Dat heeft misverstanden gegeven, ja.’ Bas schatert het uit van het lachen. ‘We hebben al heel wat meegemaakt met onze huisdieren,’ roept hij uit. Aad: ‘En dan te bedenken dat we deze papegaai gewoon in de dierenwinkel hebben gekocht. Toen we hem pas hadden, was hij erg schuw. Net toen we het niet meer zo zagen zitten, kwam het eerste woordje eruit. Dat was “Hallo”. In onze televisieseries loopt nog wel eens die baron rond. Je kent hem wel, de slechterik. Die zegt in de afleveringen steeds “Drommels, drommels!”. Nou, dat was bij Kobus heel snel aangeleerd. Toen we een keer thuiskwamen na een drukke opnamedag, was het alleen maar “Drommels, drommels!” wat er bij hem uitkwam. Aad heeft meer bizarre momenten meegemaakt met dit dier: ‘Zoals met die voetbalwedstrijd tussen Spanje en Nederland. Toen waren we met hem bij mijn schoonouders om de uitzending op televisie te volgen. Elke keer als de reporter het over Spanje had, schreeuwde Kobus het uit met “Viva Espana. Olé!” en meteen daarna de woorden “Gezellig, hè? Tralalala!” We hebben niet veel gezien van die wedstrijd, maar gelachen dat we hebben!’ Bas is verwonderd. ‘Als je bij wijze van spreken alle veren eraf zou halen dan blijft er niet veel meer van Kobus over. Zoiets is heel verwonderlijk. Dat er uit zoiets kleins zoveel menselijks kan komen. Ik moet er altijd om lachen. De manier waarop en de momenten waarop hij iets zegt. De timing is perfect, precies als het even stil is. Dan weet hij altijd weer een passende opmerking te plaatsen.’

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*