Zanger, acteur en musicalster Ben Cramer in zijn eigen biografie: ‘Ik heb met niemand wat af te rekenen’

Het is november 2017 als André van Duin het eerste exemplaar van de biografie aan Ben Cramer uitreikt. Ben: ‘De afgunst in mijn vak is groot en mensen praten er graag over. Mensen willen graag rare en gekke dingen horen.’ (eigen foto Ben Cramer)

Laatste update 23-01-2018 – Schnabbelaar, arrogante kwast, eigenheimer, domme jongen die zich overal voor leent. Er wordt van alles over hem gezegd. Maar wie is deze zanger, acteur en musicalster nu werkelijk? Richard Helwig verdiepte zich in de biografie ‘Ben Cramer, meer dan een clown’. Over een artistieke duizendpoot, die bekent meer dan alleen maar van ‘het liedje van die clown’ te zijn.

Hans Smit die het auteurschap van dit boek voor zijn rekening heeft genomen, omschrijft het als volgt: ‘In de vijftig jaar dat zijn carrière duurt, heeft hij de Nederlandse entertainmentwereld zien veranderen. Van oubollig variété tot megatheaters met grote, miljoenen verslindende producties. Zelf is hij eigenlijk hetzelfde gebleven. Die overal waar hij kan, zijn hobby wil uitoefenen: zingen. Geen dag in zijn leven gewerkt, want het is zijn hobby, toch?’ Als quote staat voorin het boek een uitspraak van Ben weergeven: ‘Ik heb met niemand wat af te rekenen’. Het heeft betrekking op een journalist die hem vroeg wie er allemaal aan de schandpaal genageld zouden gaan worden op het moment dat bekend werd dat er een boek uit zou komen. Ben antwoordde vervolgens: ‘Niemand. De afgunst in mijn vak is groot en mensen praten er graag over. Mensen willen graag rare en gekke dingen horen.’

Zeer succesvolle carrière

Het is Bernardus Kramer ten voeten uit. Op 17 februari 1947 in Amsterdam geboren. Kiest er later voor om zijn achternaam te veranderen in Cramer, omdat dit praktischer zou zijn als hij in het buitenland zou optreden. Eigenlijk op advies van zijn ‘ontdekker’ Annie de Reuver. Op zeer vroege leeftijd weet hij een grote interesse voor de muziek te ontwikkelen. In 1973 vertegenwoordigt Ben Cramer Nederland op het Eurovisie Songfestival in Luxemburg. De daarop volgende jaren maakt hij tournees door onder meer Australië, Bulgarije en Japan. Ook in Las Vegas verzorgt hij in die jaren tientallen optredens in de meest gerenommeerde hotels. Daarnaast verschijnt hij op televisie, waaronder in de Mike Walsh Show (Australië) en scoort daar een hit met ‘There’s a fine place’. Tevens behaalt hij eerste prijzen op Songfestivals in Innsbruck (1969), Rio de Janeiro (1969), Athene(1970), Sofia (1971), Oostende (1971), Tokio (1972 en 1975) en Malta (1982). Hij weet dan al 21 hitsingles en drie gouden albums op zijn naam te schrijven. Na een rustige periode tussen 1980 en 1982 komt hij terug met een nieuwe manier van presentatie, zang en repertoirekeuze. Het zorgt voor nog meer successen zoals ‘Laat me’, ‘Desirée’, ‘Een vriend als jij’ en een nieuwe versie van ‘Zai, Zai, Zai’.

In ‘The Phantom of the Opera’

Zijn carrière neemt in 1986 een wending als hij de theaters ingaat. Een enorme uitdaging die hij met beide handen aangrijpt. Bij het Nooy’s Volkstheater speelt hij zijn eerste toneelrol in het stuk ‘In Holland staat een huis’. In 1989 neemt hij de rol van Juan Peron in de musical ‘Evita’ voor zijn rekening, bij het Koninklijk Ballet van Vlaanderen. Het is een rol die hij overigens ook in de Verenigde Staten vertolkt. In het seizoen 1991-1992 schittert Ben in de musical Chicago, als de pleitende advocaat Billy Flinn. Van 1993-1996 vertolkt hij de hoofdrol in de enorm succesvolle musical ‘The Phantom of the Opera’. In januari 1997 herneemt hij nog eenmaal de rol van Peron in ‘Evita’ in Carré. Beide titels worden op de planken gebracht door Joop van den Ende Theaterproducties. Ben pakt daarna de hoofdrol van Grimaldini in ‘Pinokkio’ welke hij in 1999 en 2000 speelt. In 2000 doet hij dat met de hoofdrol Mijnheer de Boer in de musical ‘De Tijd-affaire’ ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van de Rabobank. Van 2001-2003 vertolkt hij de rol van Zoser in de musical ‘Aida’, eveneens een musical van Joop van den Ende Theaterprodukties. In 2003-2004 speelt hij in ‘Romeo & Julia’ de rol van Broeder Lorenzo. In 2005-2006 doet hij dat met de rol van Maurice, in ‘Beauty and the Beast’. In 2006-2007 vertolkt hij de rol van Molokov in de musical ‘Chess’. In 2008-2009 speelt hij in ‘Op Hoop van Zegen’, de rol van reder Bos.

Bekroond met een Edison

Veelzijdig als dat hij is, blijft Ben Cramer naast zijn theateractiviteiten actief met zijn solocarrière. Waar andere artiesten overwerkt zouden raken, beschikt hij over een onuitputtelijke hoeveelheid energie. In 1991 verschijnt zijn album ‘Alles wordt anders’ met opmerkelijke singles als ‘Vergeet het maar’ en ‘Ik wil alles’. Voor deze cd wordt hij in 1992 bekroond met een Edison. Een dergelijke prestigieuze prijs gaat naar albums van bijzondere kwaliteit. In 1993 volgt de cd ‘In balans’ met daarop zijn Nederlandstalige interpretatie van diverse bekende Franse chansons. In 1995 verschijnt zijn album ‘Musical Emotions’. Een album dat gretig aftrek vindt bij de ontelbare musicalliefhebbers. In 2005 volgt de release van het album ‘De andere kant’. Het is een ‘loungy’ samenwerking met de overleden pianist en arrangeur Glenn Corneille.

Hoofdrol als dijkwachter

Het jaar 2007 is voor Ben en zijn grootschalige fans een moment om bij te stil te staan. Zijn 40-jarige jubileum is een feit. Hij viert dat grootschalig met een concert in theater Spant! in Bussum. In het jaar erop verschijnt zijn Nederlandstalige musicalalbum ‘Musicals, de mooiste’. Dit album bevat zelf gekozen hoogtepunten uit de grootste en bekendste musicals over een periode van twintig jaar. En verschijnt de single ‘Achter de Horizon’, een nummer uit ‘Op Hoop van Zegen’. In 2010-2011 speelt hij de hoofdrol als dijkwachter Ceel Jacobsen in ‘1953’, een aangrijpende musical over de watersnoodramp in datzelfde jaar.

Grootste podium showorkest

In 2012 gaat Ben op tour. Hij rijdt rond met de Benny’s Big Show Orchestra. Dit Nederlands grootste podium showorkest, heeft al menig muzikaal hoogtepunt teweeg weten te brengen. Het enthousiasme van de bandleden slaat direct over op het publiek. En op zowel televisie als film weet Ben zijn mannetje te staan. Zo speelde hij gastrollen in ‘Flodder’, ‘Westenwind’, ‘Baantjer’, ‘Spangen’ en ‘Gebak van Krul’. En vertolkte hij rollen in de bioscoopfilms ‘De Zeemeerman’ en ‘Filmpje’. Zijn herkenbare stemgeluid is terug te vinden in de tekenfilm ‘De Notenkraker’ en in de door Dick van Dyke beroemd gemaakte rol van schoorsteenveger in de Nederlandse versie van Walt Disney’s ‘Mary Poppins’. Tot op de dag van vandaag is Ben veelvuldig op de podia te vinden met zijn vertolkingen van musicalmelodieën, vaak met extra begeleiding van koren en/of (harmonie)orkesten. En zijn er nog altijd de optredens met bekend en hagelnieuw repertoire. Zoals zijn nieuwe cd die in 2017 is uitgekomen. Daarop zingt hij met de dochter van Gilbert Bécaud, de ‘Franse Frank Sinatra’. Het gaat om ‘Portret van een Meisje’. Dit nummer komt van het album ‘Faut Faire Avec’ uit 1999, waar Emily het samen met haar vader zong. Voor Ben Cramer de eerste keer in het Frans, voor Emily Bécaud de eerste keer in het Nederlands.

Met gebak terug

Ontroerend om te lezen is hoe Ben zijn schooltijd beleeft. Hans Smit beschrijft het op een treffende wijze. Zomer 1961, aan het eind van het schooljaar, krijgt ‘Bennie’ te horen dat hij opnieuw is blijven zitten. Als hij voor Engels één puntje meer had gehad, was hij overgegaan. Hij gaat naar zijn vader toe en zegt: ‘Ik stop met school, ik heb er geen zin meer in’. Die spreekt op school met meneer Bos, de klassenleraar. Het is onduidelijk wat daar is besproken, maar als vader thuiskomt zegt hij tegen zijn zoon: ‘Stop maar met school. Maar dan moet je wel gaan werken.’ Maar het werken op kantoor gaat hem niet gemakkelijk af. Ben: ‘Als ik weg kon, was ik weg. ‘s Ochtends om half elf riep ik al: “Wie wil er wat lekkers?”. Dan kon ik er even tussenuit. Even naar buiten, de Haarlemmerstraat in. Dan kwam ik met gebak terug en was er weer een half uur voorbij. En om elf uur koffiedrinken en de post klaarmaken voor de beurs. En om half één was het lunchpauze, maar dan ging ik meteen naar de beurs. Om die post uit te delen en handtekeningen te halen op polissen die ‘s morgens waren afgesloten. En om half twee ging die beurs open en om drie uur stopte die weer. Dan was ik om half vier weer terug op kantoor. Was de dag alweer bijna voorbij.’

Op die bagagedrager

Zijn belevenissen zorgen ondertussen wel voor de nodige consternatie. Zoals die ene keer waarbij Ben op straat serieus onderuit gaat. ‘Ik was geen kantoormannetje. Omdat ze tussen de middag toch niet wisten waar ik uithing, deed ik wel eens klusjes voor muziekwinkel Dijkman op de Rozengracht. Of gaf ik gitaarles. Een keer ging dat helemaal mis. Ik had in die tijd een brommer. Een Magneet Globemaster. Met een rode buddyseat met witte vlakken en met franjes aan de zijkanten. De tank had ik helemaal chroom laten spuiten en dan zo’n klein windkapje, ook van chroom. Dat was wat. Op een dag, tussen half één en half vier ‘s middags had ik wat tijd over. Ik had heel snel mijn werk gedaan op de beurs en ik moest iets ophalen bij Dijkman. Ik dacht een versterker, of een bandrecorder. Dus ik zet dat apparaat op die bagagedrager achter op mijn bromfiets en ik pak zo’n spin, met acht van die dikke elastieken, om het vast te zetten. Een van die elastieken schiet los en springt in mijn linkeroog. Voel je ‘m? Dat is een klap, hoor. Ik zakte in elkaar, Dijkman naar buiten, ziekenauto erbij. Toen ze dat later bij Ten Brink hoorden, vroegen ze zich wel af wat ik daar onder werktijd deed. Er moet nog een brief van zijn.’

Een groot tabellarisch kasboek

Wat opvalt in het boek is de openheid van zaken die Ben geeft. Hij laat de mindere periodes uit zijn leven niet onbesproken. Zoals in 1978, het jaar waarin de Belastingdienst het plan heeft opgevat de verschillende zwartgeldcircuits in Nederland aan te pakken. Meerdere artiesten krijgen hiermee te maken. Het jaar erop wordt er bij hem thuis aangebeld. Het blijken ‘twee keurige heren’ van de Belastingdienst te zijn. Hij vraagt nog of ze koffie willen en heeft er geen idee van wat er boven zijn hoofd hangt. Ben: ‘Een van die mannen haalde een groot tabellarisch kasboek uit zijn aktentas, sloeg het open en vroeg: “Ik lees hier bijvoorbeeld op 24 oktober, duizend gulden en in die kolom ernaast tweehonderd gulden. Kunt u ons vertellen wat dat betekent?” Ik zei: “Ik heb dat nooit gezien”. Ik had dat betreffende boek ook nooit gezien.’ Hij verwijst naar zijn boekhouder die op dat moment met vakantie is. Het onderwerp van discussie heeft betrekking op één jaar uit de periode 1973 tot 1978. De toptijd van Ben, de tijd dat hij de ‘Schnabbelkoning van Nederland’ wordt genoemd. De Belastingdienst pluist net dat ene jaar uit en komt tot de conclusie dat hij ruim tweemaal zoveel inkomsten heeft gehad als hij heeft opgegeven aan de belasting. Dat wordt vervolgens omgeslagen over vijf jaar. Ben ziet de blauwe envelop nog binnenkomen, in één keer een belastingaanslag van 1,2 miljoen. Ben: ‘Nou, dat hebben we aangevochten. Met Coopers & Lybrand, en die hebben hun werk best goed gedaan. Maar ik deed het nog beter, trouwens. We hebben dat bedrag behoorlijk terug kunnen brengen.’ Later hoort hij dat er bij de Belastingdienst zelfs stemmen op waren gegaan om hem strafrechtelijk te vervolgen. Gevangenisstraf dus. Maar daar komt het uiteindelijk niet van.

‘Ik was echt verbijsterd, maar ze was vastbesloten. Ze wilde alleen verder, met de kinderen.’

Liedjes schrijven en zingen

Het zijn de jaren dat volgens hem alles misgaat. Dat is zeker het geval als zijn huwelijk met Caroline op de klippen loopt. Officieel scheiden ze in 1985. Het conflict met de Belastingdienst duurt tot 1984. In de tussentijd krijgt Ben wel ambtshalve aanslagen en moet hij elke maand naar het belastingkantoor om alvast een deel van de schuld af te lossen. En dat terwijl de inkomsten minder worden en de vaste lasten gewoon doorlopen. Gelukkig heeft hij geen tophypotheek, maar er komt wel maandelijks alimentatie bij. Als Ben eind 1990 uit San Francisco thuiskomt heeft hij het gevoel dat hij zijn leven weer een beetje op de rit heeft. Totdat zijn vrouw Desirée te kennen geeft bij hem weg te willen. Ben: ‘Het is een cliché, maar het was voor mij een donderslag bij heldere hemel. Ik was echt verbijsterd, maar ze was vastbesloten. Ze wilde alleen verder, met de kinderen. Het voelde zo als een nederlaag. Voor de tweede keer een echtscheiding.’ Hij schrijft in de lange maanden dat hij kapot is van de scheiding het liedje ‘Vergeet het maar’. Het is de oplossing om zijn verdriet te verwerken: liedjes schrijven en zingen. En nu? Ben Cramer is getrouwd met Carla. Uit zijn eerste huwelijk heeft hij drie kinderen en uit zijn tweede huwelijk twee. Dochter Shanna Kramer is als (musical)zangeres in zijn voetsporen getreden.

Kijken, kijken, kijken

Uit zijn biografie blijkt dat Ben in veel situaties het hoofd koel weet te houden. Ook als het om zijn werk gaat. Doet dat zelfs met de nodige humor. Zoals in het voorjaar van 1993. Hij heeft er dan geen idee van hoe vaak hij de rol van de ‘Phantom of the Opera’ moet spelen, op het moment dat Henk Poort dat niet doet. Beiden wisselen elkaar namelijk af. Eén dag voor de première, gaat zijn pieper. Hij zit dan in een geluidstudio in Amersfoort te werken aan een opname voor een nieuwe cd. Ben: ‘Ik bel naar de producent en hoor: “Ben, je moet vanavond op. Henk wil zijn stem sparen, hij wil morgen helemaal fris zijn”. Ik moest direct stoppen met de cd-opname en hup, naar Scheveningen. Ik kneep hem behoorlijk. Je moet weten, ik had nog niet één repetitie met het orkest gehad. Alleen maar met de pianist. Ik was natuurlijk wel bij de repetities geweest, maar nooit zelf aan de bak gekomen. Het was alleen maar kijken, kijken, kijken. Want eerst moest de cast klaargestoomd worden, zo werkt dat.’

Heel Engeland in de zaal

Joop van den Ende heeft er als producent op dat moment alle vertrouwen in. Maar Ben heeft grote twijfels en laat dat duidelijk merken: ‘Ik zat in de schmink, stond Joop naast me. En die vertelde me dat heel Engeland in de zaal zat. De rechterhand van Andrew Lloyd Webber, iedereen. Ze waren er al een dag en bleven tot na de première. En Joop op zijn welbekende manier: “Kom op hè, je kan het, je kan het”. Want daar was hij goed in. Ik keek in die spiegel en ik zei: “Joop, luister nou eens even naar me. Kijk nou eens goed in die spiegel. Ik zit hier nou wel en ik word geschminkt als spook, maar die schmink kun je rustig weglaten, want ik voel me al zo. Zonder schmink zie ik er al uit als een spook.” Hij moest zo verschrikkelijk lachen. Ik heb hem gespeeld. ‘s Middags om drie uur was ik in het theater, alles doorgelopen, met de dirigent erbij. Een aantal dingen moest ik met handgebaren aangeven, zodat de dirigent wist wanneer hij moest inzetten. Ik had natuurlijk een hoop meegekregen vanuit de repetities, maar oh, wat was dat spannend. Daar stond ik dan met mijn goeie gedrag. Gezien de omstandigheden heb ik het echt goed gedaan.’

Vuisten op zijn bureau

Toch levert ‘Phantom of the Opera’ hem nog meer hoofdbrekens op. Zoals die keer dat hij belde met de secretaresse van Joop van den Ende. Hij kreeg hem herhaalde keren niet te spreken. Ben zegt: “Moet je goed luisteren, als ik hem vanmiddag niet spreek, dan heeft hij vanavond geen Phantom.” Binnen een half uur wordt hij teruggebeld. Of hij naar diens kantoor wil komen, in Aalsmeer. Joop doet de deur open en zegt: ‘Ben, ga zitten. Wat is er?’ Ben legt hem uit dat er wordt gesuggereerd dat Henk Poort elke avond speelt en Ben dat op dat moment veertien dagen achter elkaar doet. Ben: ‘Ik vertelde hem dat de mensen straks de zaal zouden inkomen en zouden ontdekken dat Henk er niet zou zijn. Die zijn teleurgesteld, omdat alle publiciteit naar Henk gaat. Dat begrijp ik wel, maar ik speel deze rol nu ook al een maand of acht. Dat kan zo niet doorgaan.’ Ben herinnert zich nog precies hoe kwaad Joop werd: ‘Hij stond op, zette zijn vuisten op zijn bureau en gromde: “Als een schaap geschoren wordt, moet ie stil blijven zitten.” Hij bleef maar tekeer gaan.’ Uiteindelijk komt het goed met Joop als er een artikel in Het Parool verschijnt waarin Ben Cramer op een positieve wijze in deze musical wordt neergezet.

Eén tranendal

Het boek staat vol met leuke anekdotes. Zoals die ene keer dat Ben bij het televisieprogramma ‘RUR’ zit, een talkshow, op dat moment te zien bij SBS6. Hij zit er vanwege zijn ontvangen Edison voor ‘Alles wordt anders’. Jan Lenferink die het programma presenteert, bekend vanwege zijn streepjesoverhemd, glas melk op tafel en lichte gestotter, valt meteen met de deur in huis: ‘Bij welke therapeut loop jij? Dat album is één tranendal.’ Ben voelt zich een beetje aangevallen, maar heeft zijn antwoord klaar. Hij heeft de indruk dat Jan op televisie nog niet voor zijn homoseksualiteit wil uitkomen, dus hij zegt: ‘Moet je je even voorstellen Jan. Er overkomt je iets heel erg vervelends, maar soms krijg je daar de mooiste dingen van. Stel, als jij met je vriend…’ Ben herinnert zich dat Jan daarna meteen niet meer op de vraag doorging.

‘Een enorme ruzie in de kamer van de directeur, Robbie Aartsen. Die had het aan de stok met Pierre Kartner.’

Zeventien miljoen over de toonbank

Of zoals deze. Ben zit op het kantoor van zijn platenmaatschappij Dureco: ‘Ik hoorde op de gang een enorm lawaai: slaande deuren, geschreeuw. Er waren van die triplex deuren waar je van alles doorheen kon horen. Een enorme ruzie in de kamer van de directeur, Robbie Aartsen. Die had het aan de stok met Pierre Kartner. Ik keek op de gang wat er gebeurde, en in een keer ging de deur open en liep Pierre woedend naar buiten. De stoom vloog uit zijn oren. Ik zei: “Wat is er aan de hand?” Pierre zei: “Zijn ze helemaal besodemieterd. Ze willen dat lied niet uitbrengen”. Ik vroeg om welk lied het ging. Hij antwoordde: “Het Smurfenlied. En ik heb gezegd als jullie het niet uitbrengen, dan verleng ik mijn contract niet”. Later zijn ze erop teruggekomen. Hebben ze met pijn en moeite vijfhonderd singletjes geperst. Bleek het een superhit te worden. Van alle versies bij elkaar zijn er in totaal zeventien miljoen over de toonbank gegaan. Dureco heeft er nog een lange tijd op gedraaid.’

Een opvallend kijkje

Kortom, in de driehonderd pagina’s van dit boek wordt je als lezer op een realistische wijze meegenomen in het leven van Ben Cramer, zowel op privévlak als binnen zijn drukke belevenissen als artiest. En krijg je tegelijkertijd een opvallend kijkje in zijn karakter. Humor ontbreekt daarbij niet. Het is op een prettige wijze geschreven. Hans Smit: ‘In de maanden dat ik met hem aan dit boek heb gewerkt, is er voor mij een nieuwe Ben Cramer bijgekomen: de serieuze artiest die knokt voor zijn vak en loyaal is aan zijn collega’s. Een leerling die niet stopt met leren. Maar ook een leraar die iedereen die het vak in wil met raad en daad terzijde staat. Hard maar rechtvaardig. En ik heb de man achter de artiest mogen ontmoeten: Ben Kramer. De eenvoudige jongen uit de Oosterparkbuurt, die een warm hart heeft voor familie en vrienden. Maar die ook elke dag weer een nieuw plan verzint om aan de weg te timmeren. Die eigenlijk, zoals zijn vrouw Carla zegt, nog steeds dat straatjongetje is dat tegen een keitje schopt. Het waren mooie maanden. Ik ben blij dat ik ze allebei een beetje heb leren kennen. Die Cramer en Kramer.’

Het boek ‘Ben Cramer, meer dan een clown’ van Hans Smit is uitgegeven bij Van Tellingen Uitgeverij (ISBN: 9789492791023).