Harry van der Stap: ‘Ze namen daardoor de verdwijning van Anneke redelijk snel serieus’

‘Aan het eind van de middag ben ik naar de politie in Rijswijk gefietst. Daar heb ik aangifte gedaan van de verdwijning van Anneke,’ aldus Harry van der Stap (foto: Richard Helwig).

Laatste update 11-05-2019 – Een van de aangrijpende gedeelten uit het boek ‘Vingers gespreid in angst’ van Richard Helwig is het hoofdstuk waarin blijkt dat Anneke van der Stap spoorloos is verdwenen. Vanaf dat moment verandert alles in het leven van de vader van Anneke. Zo zegt hij: ‘Ik schrok me een rolberoerte. De preciesheid van haar kennende voelde ik direct dat er iets niet klopte.’

Het is dinsdag 12 juli 2005, rond negen uur in de ochtend. De telefoon gaat in het ouderlijk huis van Anneke. Harry neemt nietsvermoedend de hoorn op. Het blijkt iemand van de Hema in het winkelcentrum In de Bogaard te zijn. De winkel waar zijn dochter werkt. Er volgt een indringende vraag: ‘Waar blijft Anneke?’ Hij wordt met zijn neus op de keiharde feiten gedrukt en probeert zo goed en zo kwaad als het kan, zijn gedachten bij elkaar te houden. Anneke is naar Lifan in Enschede afgereisd. Dan zou deze vriend meer moeten weten over waar ze nu is. Probleem is echter dat hij niet weet waar die te bereiken is. Hij heeft geen telefoonnummer van hem. Zijn eerste gedachte is dat Lifan mogelijk bij een Chinees restaurant werkt. Harry belt daarop in een verwoede poging alle Chinese restaurants in Enschede af om maar iets over Anneke te weten te komen. ‘Misschien dat ik zijn vader aan de lijn zou krijgen. Of familie. Als het maar iemand was die me in contact kon brengen met hem.’ Het blijkt tevergeefs. Zoeken naar het telefoonnummer van Lifan in de kamer van Anneke, levert niets op. ‘Anneke had haar kamer niet opgeruimd. Haar kamer was altijd een gruwelijke rommel. Om in die korte tijd tussen al die spullen het telefoonnummer van Lifan te vinden, zou het zoeken naar een speld in een hooiberg zijn. Later heb ik het gevonden, maar daar had ik op dat moment niets aan.’ Hij stuurt Anneke verschillende e-mails. Om 16.57 uur betreft dat een eerste e-mail met als onderwerp: ‘Anneke, waar ben je?’

Geen teken van leven

‘Anneke, LAAT IETS VAN JE HOREN!! Word steeds ongeruster. Harry Sr.’ Even later om 18.30 uur stuurt hij zijn tweede e-mail. ‘We maken ons ongerust. GEEF EEN TEKEN van leven! Harry Sr.’ Om 22.19 uur stuurt hij een derde e-mail. ‘Telefonisch lukte het niet; ook het opbellen van de twintig Chinese restaurants gaf geen soulaas. Je zou volgens Harry maandagavond thuiskomen. De Hema heeft al twee keer gebeld; je werd geacht daar te werken vandaag. Maak me zeer ongerust. LAAT ZO SNEL MOGELIJK VAN JE HOREN!!!!!! Je vader.’ Anneke geeft ondertussen geen teken van leven. Harry weet Lifan vandaag niet meer te bereiken. De grote onduidelijkheid blijft. Wat is er in hemelsnaam met Anneke aan de hand? ‘Aan het eind van de middag ben ik naar de politie in Rijswijk gefietst. Daar heb ik aangifte gedaan van de verdwijning van Anneke. De eerste reactie van de politie was dat ze bij meerderjarigen pas iets gingen doen nadat er 24 uur waren verstreken. Ik heb met klem aangedrongen op een directe actie. Uiteindelijk gingen ze overstag en zijn eerder begonnen met het onderzoek. Ze namen daardoor de verdwijning van Anneke redelijk snel serieus.’