Hoe de ANWB als fietsclub uitgroeide tot een toeristenbond met 4,4 miljoen leden

Prof. mr. Pieter van Vollenhoven wordt bij aankomst in Katwijk welkom geheten door onder meer de burgemeester van Katwijk, Cornelis Visser en Frits van Bruggen, ANWB-hoofddirecteur (twee foto’s bovenaan), waarbij later de overhandiging van het boek ‘Het avontuur van de ANWB, 135 jaar onderweg’ plaatsvond (foto onder links), en een wandelingetje tijdens de festiviteiten (foto onder rechts), van links naar rechts: manager International Relations ANWB Kees-Jan van Ginkel, president FIA Jean Todt en ANWB-hoofddirecteur Frits van Bruggen, met daarachter de burgemeester van Katwijk, Cornelis Visser (foto’s: Lezerzzz).

25-06-2018 | Richard Helwig – Ooit begonnen als ‘Algemene Nederlandse Wielrijdersbond’, tegenwoordig is het ‘Koninklijk Nederlandse Toeristenbond’. Of zeg eigenlijk maar gewoon: ANWB. Vraag een gemiddelde Nederlander of die ooit wel eens gebruik heeft gemaakt van de Wegenwacht en het antwoord zal bevestigend zijn. Dat deze organisatie alweer 135 jaar bestaat, is alle reden voor een feestje. Samen met de uitgave van een dik jubileumboek.

Ruwweg een op de twee huishoudens in Nederland is lid van de ANWB. Hoe en waarom werd de vereniging zo groot en maatschappelijk relevant? Terug naar 1 juli 1883. Tientallen toerfietsers komen naar Utrecht om een nationale fietsclub op te richten. Niemand kon toen vermoeden dat de wielrijdersbond in de zomer van het jaar 2018, als brede en moderne vereniging met 4,4 miljoen leden, haar 135-jarige bestaan zou vieren. Zo’n zevenhonderd gasten waren van de partij, in een bomvolle TheaterHangaar in Katwijk. Minister Cora Van Nieuwenhuizen nam deel aan een vraaggesprek met gespreksleider Jort Kelder. Verder was onder meer de burgemeester van Katwijk, Cornelis Visser, aanwezig. En als eregast nam prof. mr. Pieter van Vollenhoven uit handen van Frits van Bruggen, directeur van de ANWB, het eerste exemplaar van het boek ‘Het avontuur van de ANWB, 135 jaar onderweg’ in ontvangst. Een prachtig resultaat waar de auteurs Hans Buiter en Peter Staal terecht trots op mogen zijn. Er bestaat geen completer naslagwerk.

Waanzinnig leuke belevenis

De vele foto’s, illustraties en afbeeldingen van oude affiches maken het lezen tot een waanzinnig leuke belevenis. Dat begint eigenlijk al bij de omslag van het boek, twee informatrices die in de jaren zestig, netjes in uniform met hoedje, bij een mobiel kantoor van de ANWB staan, een Citroën HY. Deze mobiele kantoren werden tijdens het voorjaar en de zomer ingezet op plaatsen waar geen bijkantoren waren. Hoe plezierig is het niet om die wegen met al die auto’s van vroeger (terug) te zien, waarbij iedere foto voorzien is van een duidelijk commentaar. Het boek is onderverdeeld in tijdsvakken van jaren. Zo lezen we dat, toen Nederlanders na de Tweede Wereldoorlog massaal bromfietsen en auto’s begonnen te kopen, de ANWB haar adviserende rol bij de aanleg en modernisering van wegen, parkeerplaatsen en fietspaden wist uit te breiden. Ook adviseerde zij bij de aanleg van kampeerterreinen, huisjesparken, recreatiegebieden en watersportgebieden in een periode dat vrije tijd en welvaart snel groeiden en recreatie en toerisme daardoor een ongekende vlucht namen.

Aan de Overijsselse Vecht

De bond speelde bovendien in op nieuwe behoeften door de introductie van autokeuringen en van pechhulp door de Wegenwacht, de opzet van verkeersinformatie, de oprichting van een Alarmcentrale en het opzetten van gipsvluchten en andere repatriëringsdiensten. Ja, want ook dat valt allemaal onder de ANWB. Bijzonder om te lezen is dat vanaf 1948 deze organisatie in Ommen op een terrein aan de Overijsselse Vecht zogenoemde oefenkampen organiseerde. Hier bracht men beginnende kampeerders de kneepjes van de sport bij. Ze waren ook bedoeld om kampeerders te helpen bij hun keuze voor een goede kampeeruitrusting en om hen te stimuleren ‘een goede kampeerhouding’ aan te nemen. De kampen werden vooral door gezinnen bezocht, maar ook jongeren deden er hun eerste kampeerervaring op.

Vangrails in de middenberm

Het aantal ongelukken op autosnelwegen nam in de tweede helft van de jaren vijftig en in de eerste helft van de jaren zestig snel toe. Dat eiste zijn tol. Rijkswaterstaat ging er daarom toe over autosnelwegen van verlichting te voorzien. Ook plaatste ze vanaf 1966 vangrails in de middenberm om te voorkomen dat weggebruikers uit tegengestelde richtingen op elkaar konden botsen. De ANWB en de KNAC hadden hier vanaf 1960 voor gepleit. Vanwege de toenemende drukte begon de ANWB in 1964 met het geven van informatie op de radio over de toestand op de wegen en de hoeveelheid verkeer. Op het hoofdkantoor in Den Haag werd daarvoor een eigen studio ingericht. Bijzonder om te zien is die foto waarbij op de afdeling bewegwijzering in 1952 wegwijzers handmatig werden geschilderd!

Praatpalen langs de weg

Om de communicatie tussen automobilisten met pech en de wegenwachten te verbeteren en de wachttijden terug te brengen, begon de ANWB in 1960 praatpalen langs de weg te plaatsen. Ze koos voor Rijksweg 13 (Rotterdam-Den Haag). De bond maakte gebruik van de bestaande telefoonkabel van de PTT. De praatpalen waren een proef. In 1968 had de ANWB een net van dertien Wegenwachtstations klaar, precies op het moment dat het kabinet daadwerkelijk besloot een landelijk praatpalennet te financieren. Toen na 2010 het gebruik van de praatpalen echter verder afnam en de mobiele telefonie dominant werd, besloot de minister eind 2014 het praatpalennetwerk buiten gebruik te stellen. In de zomer van 2017 werden ze onder grote mediabelangstelling ontmanteld. Deze bakens op de weg verloren na 57 jaar hun functie. Met haar bewegwijzering had de ANWB tot het begin van de eenentwintigste eeuw een dominante positie bij de informatievoorziening voor weggebruikers. Maar in mei 2000 stelde de minister van Verkeer en Waterstaat de ‘ANWB-monopolies’ ter discussie. In oktober 2001 zegde het ministerie het contract met de ANWB voor de bewegwijzering van rijkswegen op. Het argument was dat Europese regelgeving dit noodzakelijk maakte, maar onderhuids speelde ook het verschil van mening over rekeningrijden een grote rol.

Uit de gevarenzone geloodst

De bemoeienis van de ANWB bij de buitenlandse reizen van Nederlanders was groot en divers. De ‘clubreizen’ die de ANWB sinds het begin van de jaren zeventig organiseerde, liepen goed. In het boek is echter ook aandacht voor de periode dat het wat minder voortvarend ging. In 1983 schreef de bond 160.000 nieuwe leden in, maar zegden 200.000 leden hun lidmaatschap op. Dit aantal opzeggingen was onwaarschijnlijk groot. Nooit eerder gebeurde dit op een dergelijke schaal. De bond had sinds 1937 geen ledenverlies meer geleden. De verklaring leek eenvoudig. De economische crisis zorgde ervoor dat Nederlanders minder buitenlandse reizen maakten, en vooral ook minder verre reizen. Daarnaast stagneerde de groei van het autopark en het autogebruik. Er werden bezuinigingen doorgevoerd en verliesgevende activiteiten werden stopgezet. Het aantal leden groeide in 1986 weer met 40.000, waardoor de ANWB meer dan 2,6 miljoen leden had. In 1987 wist de ANWB het jaar af te sluiten met een positief resultaat van ruim vijftien miljoen gulden. In het midden van de jaren negentig ging het de ANWB voor de wind. In 1993 en 1994 boekte de vereniging meer dan 33 miljoen gulden winst en groeide de vereniging elk jaar met zo’n 60.000 leden. Het aantal leden van de Wegenwacht groeide ieder jaar met dezelfde cijfers. Het voorzichtige beleid dat in 1987 was ingezet en de gunstige conjunctuur hadden de organisatie uit de gevarenzone geloodst.

Serieuze concurrentie met pechhulp

In 2003 startte de ANWB met de verkoop van autobrandstoffen in bemande en onbemande tankstations. Het was voor het eerst sinds de late jaren dertig dat deze organisatie zich hier weer mee bezighield. Aanleiding voor het initiatief waren de hoge brandstofprijzen. Tot 2008 zou de ANWB benzine verkopen. Toen de concurrentie te groot werd, stopte ze hiermee. Aandacht is er natuurlijk ook voor het feit dat in de herfst van 2004 een aantal van 65.000 ANWB-leden overstapte naar Route Mobiel. Gezien het totale ledenaantal van 3,7 miljoen ging het om een beperkte aderlating. Toch betekende dit een schok voor de vereniging. Voor het eerst sinds 1946 ondervond zij serieuze concurrentie met pechhulp. Route Mobiel en de ANWB vochten op het scherpst van de snede om de sympathie van de automobilist. In 2005 stapten opnieuw zo’n 60.000 leden naar Route Mobiel over, maar daarna wist de ANWB het ledenverlies te beperken. In 2006 won de ANWB een rechtszaak over de scherpe reclamecampagnes van Route Mobiel. Die staakte daarop haar agressieve campagnes. De doorbraak naar het grote publiek bleef uit.

Gewoon thuis in de boekenkast

Het is een kleine greep uit de lange en rijke historie van deze organisatie die in dit boek uitgebreid wordt beschreven, zonder dat het de lezer ook maar één moment zal vervelen. Precies zoals op de achterzijde van het boek staat weergegeven: de geschiedenis van de ANWB is ook de geschiedenis van de Nederlandse samenleving, van de vakanties voor de happy few tot de massale zomerse uittocht en mobiliteit voor velen. ‘Het avontuur van de ANWB, 135 jaar onderweg’ (ISBN 978-90-6868-759-0, uitgeverij THOTH) telt 192 pagina’s en je blijft hierin bladeren. Iedere Nederlander, wel of geen lid van de ANWB, zou dit boek gewoon thuis in de boekenkast moeten hebben staan.