Kloosterzuster Godfrieda: ‘Uw man heeft me toestemming gegeven u kapot te maken. En dat zal ik doen ook!’ (1)

In het Belgische plaatsje Wetteren, gelegen op iets meer dan tien kilometer ten oosten van Gent, is het klooster van de Apostolinen van de Heilige Jozef gevestigd (foto reconstructie: Richard Helwig).

Laatste update 18-03-2019 – Ontspannen genieten van je oude dag in een rusthuis is er soms niet bij. Een spraakmakende zaak is die van kloosterzuster Godfrieda uit het jaar 1977. In het Belgische plaatsje Wetteren, gelegen op iets meer dan tien kilometer ten oosten van Gent, is het klooster van de Apostolinen van de Heilige Jozef gevestigd. Ernaast bevinden zich een paar klinieken en een klein rusthuis voor bejaarden. Het geheel heet het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn (OCMW). Hier vonden verschillende bewoners een opvallende dood. Richard Helwig reisde af naar deze locatie en ging op onderzoek uit. Dit is het eerste deel.

Het feitenrelaas heeft alles te maken met het onderwerp insuline. Dit hormoon zorgt ervoor dat bloedsuiker als energie kan worden opgenomen door alle cellen in het lichaam. Door misbruik kunnen er levensgevaarlijke situaties ontstaan, namelijk wanneer het wordt toegepast als dodelijk injectiemiddel. De keuze van dit onderwerp is niet de meest eenvoudige. Het maakt het noodzakelijk dat ik voorafgaand aan mijn trip naar België de nodige feiten verzamel. Feiten die op waarheid berusten. Daarbij ben ik alleen geïnteresseerd in serieuze en betrouwbare bronnen. Kort samengevat: kloosterzuster Godfrieda voert de leiding over het rusthuis. Zij komt in opspraak als blijkt dat ze bejaarde bewoners op slinkse wijze ‘euthanaseert’ zonder dat daar enige medische aanleiding toe bestaat. Naar latere schatting van haar verpleegsters doet zij dat zo’n dertig keer, maar dat kan niet meer worden bewezen.

Poolshoogte nemen

Vervolgens zoek ik contact met de gemeente Wetteren. Is er misschien nog iets bewaard gebleven over de zaak Zuster Godfrieda? En wil ik via de plaatselijke bibliotheek achterhalen of er meer is dan ik nu al weet. Ik laat de krant die destijds in dit gebied verscheen en nu nog iedere dag op menige deurmat ploft, in het archief zoeken. En probeer ik bij justitie enige informatie boven tafel te krijgen. Toepasselijk genoeg, verblijf ik in een voormalig klooster in Gent en dat nu een hotel is, op één van de kamers waar vroeger kloosterzusters sliepen. Let wel, deze accommodatie heeft met de zaak niets te maken. Ik oriënteer mij op de locaties uit die tijd. En ik ga ter plekke in het Belgische plaatsje Wetteren poolshoogte nemen.

Met ferme stappen

Probleem is dat het rusthuis inmiddels blijkt te zijn gesloopt. Ik zal het dus zonder moeten doen. Het klooster bestaat nog wel. Als ik een kloosterzuster op het terrein zie lopen en haar vriendelijk uitleg dat ik met een artikel over de zaak bezig ben, weigert ze ieder commentaar. Om haar snel achter een deur te zien verdwijnen. Een paar minuten later zie ik de plaatselijke overste met ferme stappen op mij afkomen. Zichtbaar boos en zwaaiend met een mobiele telefoon in haar hand, dreigt ze de politie te bellen omdat ik mij op privéterrein zou hebben begeven. Ondanks dat ik nergens een bordje hierover heb gezien, word ik gesommeerd weg te gaan. Een gesprekje aanknopen wordt me onmogelijk gemaakt. Op het moment dat ik de weg langs het klooster afloop en mij nog een keertje omdraai, zie ik haar mij langdurig nakijken. Helder is dat de zaak na al die jaren nog steeds zeer gevoelig ligt. Op enige medewerking hoef ik niet te rekenen.

Apostolin van de Heilige Jozef

Zuster Godfrieda, van wie haar werkelijke naam Cecile B. is, wordt in 1933 geboren en heeft twee zusjes. Haar ouders zijn van eenvoudige boerenafkomst en komen uit Wichelen. Haar jeugd verloopt niet optimaal. Een zusje overlijdt op jonge leeftijd en haar andere zus wordt depressief nadat ze een slecht verlopen huwelijk achter de rug heeft. Haar ouders vestigen alle hoop op Cecile. Zij willen dat hun dochter wel goed terecht komt, zijn diep godsdienstig en zien hun dochter graag als religieuze in de familie. Min of meer wordt er van haar verwacht dat ze voor die richting kiest. Op 25-jarige leeftijd begint Cecile haar loopbaan als Apostolin van de Heilige Jozef. Na eerst werkzaam te zijn geweest als vroedvrouw, gaat ze in 1967 aan de slag als verpleegster op de geriatrische afdeling van een klein rusthuis in Wetteren. Uiteindelijk wordt ze daar als hoofdverpleegkundige aangesteld.

Onuitstaanbaar en onberekenbaar

Op het moment dat Cecile een aantal jaren als hoofdverpleegkundige in het rusthuis werkt, krijgt ze hevige hoofdpijnen. Ze gaat naar een dokter en die vindt het noodzakelijk dat ze nader wordt onderzocht. Er wordt een hersentumor geconstateerd. Een operatie is onafwendbaar. In haar schedel wordt een zilveren plaat ingebracht. Om de pijn te bestrijden, krijgt ze verdovende middelen voorgeschreven die hoofdzakelijk bestaan uit opium en morfine derivaten. Het is dan 1975. De medische ingreep maakt de situatie er niet beter op. Vanaf dat moment gaat het helemaal mis met Zuster Godfrieda. Haar persoonlijkheid verandert. Er ontstaat een totaal ander mens. Ze raakt verslaafd aan de voorgeschreven middelen en zakt steeds verder weg in deze gewoonte. Gevolg is dat haar humeur hier zwaar onder te leiden heeft. Dat neemt dusdanig ernstige vormen aan dat ze onuitstaanbaar en onberekenbaar wordt voor haar verpleegsters. Ze snauwt hen af en soms uit ze zware bedreigingen. Zoals die ene keer waarop ze tijdens de nachtdienst tegen één van haar verpleegsters zegt: ‘Uw man heeft me toestemming gegeven u kapot te maken. En dat zal ik doen ook!’ Zuster Godfrieda zwaait tijdens deze bedreiging met een mes. De verpleegster is daardoor zo bang, dat ze vlucht en zich enkele uren onder een kast verstopt. Regelmatig zien de verpleegsters Zuster Godfrieda door de gang zwalken alsof ze dronken is. Hoewel dat laatste zeker gebeurde, was haar vreemde gedrag meestal te wijten aan het gebruik van verdovende middelen.

De nodige seksboetieks

Zuster Godfrieda woont op kamers boven de ziekenafdeling van het rusthuis. Daar woont ook Zuster Mathieu. Met haar leidt ze een beduidend ander leven dan in haar werk het geval is. Beiden kunnen het goed met elkaar vinden en krijgen een relatie. Ze nemen het er goed van. Ze koken graag, eten in luxueuze restaurants, kopen dure kleding en maken regelmatig uitstapjes. Zoals naar Sluis in Zeeuws Vlaanderen waar bezoeken aan de nodige seksboetieks niet worden vermeden. Geld speelt geen enkele rol. Want naar later blijkt: Zuster Godfrieda besteelt de bewoners die ze kort daarvoor heeft omgebracht. Zo ontvreemdt ze honderdduizend frank aan juwelen. En verdwijnt de opbrengst van een door een bewoner verkocht huis in haar eigen zak. In de eerste helft van het jaar 1977 neemt het sterftecijfer in het rusthuis plotseling onrustbarend toe. Bewoners die niet ziek zijn, overlijden op onverklaarbare wijze. Het begint de verpleegsters op te vallen dat Zuster Godfrieda hier best wel eens iets mee te maken zou kunnen hebben. Vreemd is namelijk dat deze kloosterzuster telkens bij verdachte overlijdensgevallen betrokken is.

Achter gesloten deuren

Pas later blijkt waarom. Een aantal bewoners krijgt een dodelijke injectie van haar, anderen laat ze stikken. Dat laatste doet ze door haar slachtoffers te laten drinken om hen daarna stevig op de borst te drukken. De verdenking dat Zuster Godfrieda haar bewoners om het leven brengt, blijft voorlopig binnen de muren van het rusthuis. De verpleegsters maken zich grote zorgen. Ze zijn bang en zwijgen daardoor in alle talen. Onderling praten ze er voorzichtig over. Niemand durft enige actie te ondernemen door naar het bestuur van het rusthuis te stappen. De verdachte overlijdensgevallen blijven ondertussen onverminderd toenemen. Een en ander verloopt steeds volgens een vast patroon. Ze vinden achter gesloten deuren op de kamers van de bewoners plaats, het gebeurt stiekem en alleen Zuster Godfrieda is er bij. Zo overlijdt op 24 juli 1977 de 87-jarige Maria van der Ginst. In de middag had ze gegeten, kort daarna dient Zuster Godfrieda haar een injectie toe en aan het begin van de avond is ze dood. Vijf dagen later is het de beurt aan de 81-jarige Leon Matthijs die na het ontbijt klaagt over zijn spijsvertering. De kloosterzuster sluipt naar zijn kamer en geeft hem in alle stilte een injectie. De man overlijdt omstreeks het middaguur.

Benieuwd naar het tweede deel van dit artikel? Bekijk deze hier.