Alles over die ene unieke filmvondst in Friesland: Stan Laurel’s geest uit een lang verborgen fles

Slapeloze nachten heeft Enzing na zijn ontdekking van ‘Detained’ aan de Steenbeck 35mm filmmontagetafel niet gehad. ‘Ik ben juist erg tevreden en trots, dat we als organisatie, en ik als individu, bij de internationale filmgeschiedenis zijn gaan horen.’ (foto links: Lezerzzz / inzet rechts: Fries Film Archief, Stan Laurel)

21-03-2018 | Van onze redactie – Het klinkt als een succesverhaal zoals alleen uit Amerika afkomstig zou kunnen zijn. Niets is minder waar. Nu in ons eigen land verloren gewaande filmfragmenten van de wereldberoemde komiek Stan Laurel zijn gevonden, staat deze gebeurtenis in één klap in de geschiedenisboeken vermeld. Richard Helwig reisde voor het tijdschrift Digital Movie af naar het oudste regionale filmarchief van Nederland, het Fries Film Archief in Leeuwarden, om alles hierover te weten te komen en sprak exclusief met de ontdekker, Jurjen Enzing. Want hoe zit het nu precies?

Arthur Stanley Jefferson, met als artiestennaam Stan Laurel, wordt geboren in Ulverston op 16 juni 1890. Deze plaats ligt in het Lake District, een ruig berggebied met uitgestrekte meren. Het wordt als een van de meest fascinerende landschappen van het Noordwesten van Engeland gezien en is gesitueerd in het graafschap Cumbria. Opmerkelijk is dat het gebied van het ene op het andere moment kan veranderen in een onherbergzame vlakte. Hij wordt geboren in het huis van zijn grootouders aan de Argyle Street. Zijn ouders, Arthur en Madge (Margaret) Jefferson, werken alle twee in de theaterwereld. Omdat ze het daarmee nogal druk hebben, groeit hij de eerste jaren van zijn leven voornamelijk op bij zijn grootmoeder, Sarah Metcalfe.

Lichamelijke humor

In 1910 arriveert Stan voor het eerst in de Verenigde Staten, speelt daar in het theater en doet dat incidenteel in films. In 1924 besluit hij als filmacteur verder door het leven te gaan. Bij producent Joe Rock krijgt hij een contract voor twaalf korte films, waar de titel ‘Detained’ er eentje van is. Zijn laatste solo film is ‘Should Tall Men Marry?’ uit 1928. De films vallen onder het slapstick-genre. Een goede omschrijving van slapstick is een soort komedie waarin voor allerlei acties een prominente hoofdrol is ingeruimd. Denk aan glijpartijen over straat, taartengevechten waarbij niemand gespaard blijft en ongelukken die op een simpele wijze te voorkomen waren geweest. De reden dat in de stomme film de nodige slapstick wordt toegepast, is dat door het ontbreken van geluid de lichamelijke humor sterk naar voren wordt geschoven.

Menselijk en dramatisch

Stan Laurel wordt pas echt bekend als ‘de dunne’ uit het duo Laurel en Hardy. Hij beschikt over het creatieve brein, Oliver Hardy (met de echte naam Norvell Hardy) schikt zich er naar. In de films is dat juist andersom. De twee spelen fictieve versies van zichzelf. Stan is wat nietig en nerveus, terwijl Oliver duidelijk de leiding wil hebben en zijn vriend dom en onhandig vindt. Beiden zijn eigenlijk net grote kinderen. Hun films zijn niet alleen tijdloos, maar vooral menselijk en dramatisch. De meest simpele handelingen en gebeurtenissen ontaarden veelvuldig in een puinhoop. Opvallend is dat er meestal wordt gewerkt zonder vooraf uitgewerkt scenario waarbij Stan de grappen bedenkt en de supervisie heeft over de montage achteraf. De duur van de meeste korte films is ongeveer twintig minuten, bestaande uit drie sequenties die met elkaar zijn verbonden. Naast de korte films, worden er sinds 1930 films gemaakt met een speelduur bestemd voor een matinee. Het levert het grote succes op, al kun je misschien beter zeggen dat ze nog bekender werden na hun dood. Rijk zijn ze er nooit van geworden. Er worden meer dan honderd films gemaakt. Samen maken ze ook theatershows in Amerika en Europa.

Op een flatje in Los Angeles

Hun laatste film is ‘Atoll K’ (1951). Beiden hebben een jacht geërfd en lijden schipbreuk. Die productie bestaat in werkelijkheid uit een aaneenschakeling van problemen. Zo is er veel meer tijd nodig om de film op te nemen dan gedacht, ontstaat er onenigheid over het scenario, verloopt de communicatie niet goed, wordt Stan nog zieker en krijgt Oliver eveneens gezondheidsproblemen. De film wordt uiteindelijk geen succes. In 1957 overlijdt Oliver Hardy. Dat valt Stan zwaar. Hij stopt definitief met acteren en ontvangt in 1961 een Academy Award vanwege zijn prestaties op het gebied van komedie. De laatste jaren van zijn leven woont hij met een pensioentje op een flatje in Los Angeles met uitzicht op de oceaan. Hij besteedt zijn tijd aan het beantwoorden van brieven van zijn fans. Op 23 februari 1965 overlijdt hij op 74-jarige leeftijd. Zijn graf op het Forest Lawn Memorial Park in de Hollywood Hills is simpel. Een grijze tegel op een klein stukje grasveld. Aan een gemetseld muurtje hangt een witte steen met de tekst: ‘Stan Laurel, 1890-1965. A master of comedy. His genius in the art of humor brought gladness to the world he loved.’ En zo is het maar net. Zelfs nu weet hij nog voor aangename verrassingen in de filmwereld te zorgen. Als geest uit een lang verborgen fles.

Op hilarische wijze

In ‘Detained’ komt alleen het beeldsignaal voor, de zogenaamde ‘stomme’ film. Pas in 1927 kon beeld en geluid synchroon worden afgespeeld. Dat deze film voor de Nederlandse markt werd vertoond, blijkt uit de (tussen)titels. Lange tijd werd aangenomen dat het fragment uit ‘Detained’ uit 1924 niet meer bestond. In deze 35mm film speelt Stan, toen 34 jaar oud, met een mimiek die nog mijlenver afstaat van het personage waarin het grote publiek hem samen met zijn metgezel pas echt gaat kennen. Dat slapstick zeker niet flauw hoeft te zijn, bewijst zijn prima acteerwerk. Hij zit in de gevangenis en weet op toevallige wijze zijn cel uit te lopen. Wanneer hij in de kamer met de elektrische stoel belandt (leuk bedacht die hendel met verschillende stroomsterktes!), krijgt hij na de nodige verwikkelingen, een schok die hem dwars door een stenen muur lanceert. Daarna belandt Stan op hilarische wijze aan de galg. Zijn nek wordt op een absurde wijze uitgerekt. De tussentitel ‘Mijn hals, ik mag wel oppassen, dat de rek er niet uit gaat’ spreekt boekdelen. Deze film is daarmee completer dan andere beschikbare versies. Het is, voor zover bekend, de enige bestaande kopie ter wereld waarin de ‘the hanging scène’ is opgenomen. Tevens bevat de film ook andere missende fragmenten; die waarin hij samen met een medegevangene een ontsnappingstunnel graaft en een scène in de kruidkamer.

Veel uitzoekwerk

Hoe weten we zo zeker dat deze vondst uniek is? Is in al het enthousiasme misschien vergeten dat er van een dergelijke film honderden kopieën over de hele wereld bestaan? Er bestaat immers nog een levende handel onder verzamelaars. Jurjen Enzing, filmarchivaris bij het Fries Film Archief, ontdekte het bewuste fragment waarin Stan aan de galg wordt opgehangen. Hij concludeert dat er zeker niet over één nacht ijs is gegaan en dat er veel uitzoekwerk om de hoek kwam kijken: ‘Het brengen van het nieuwsmoment is uiterst zorgvuldig door ons voorbereid. We zaten er al een jaar op. Moesten alles stil houden. Hebben eerst gezorgd dat de film naar digitaal werd overgezet. En er is uitgebreid onderzocht of het inderdaad ging om de laatst overlevende kopie met de betreffende fragmenten erin.’

Internationale archiefwereld

Na de ontdekking komt het Fries Film Archief via het Eye Film Instituut in Amsterdam in contact met Lobster Films in Parijs. Lobster Films is een commercieel filmarchief met specialisering op het gebied van restauratie en digitalisering. Het bedrijf is onder andere vermaard vanwege zijn verzameling Laurel en Hardy films en heeft de waarde van de vondst van het Fries Film Archief bevestigd. Enzing: ‘Ze waren zeer enthousiast over de missende scènes. Bij Haghe Film is van onze kopie een negatief gemaakt en deze is in Parijs gescand. Een digitale kopie van de gehele film, inclusief de missende fragmenten, is vervolgens aan ons ter beschikking gesteld. Zowel vanuit de internationale archiefwereld als vanuit de filmwetenschappen hebben we die bevestiging dat het hier om uniek materiaal gaat. Pas toen we al die zekerheid hadden waar we zo hard naar op zoek waren, konden we naar buiten treden met ons nieuws. Vanaf dat moment heeft de hele dag door de telefoon hier gerinkeld.’

Voor honderd gulden

Er moest achterhaald worden waar de film precies vandaan kwam. Enzing legt uit: ‘In 2007 bracht de Leeuwarder amateurhistoricus en speurder Dirk Swierstra een collectie commercieel uitgebrachte nitraatfilms bij ons binnen. Deze films waren afkomstig uit de kelder van de voormalige fotografiewinkel Foto Vaka, die hier was gevestigd aan de Sint Jacobsstraat 13. De familie Van Kampen heeft bevestigd dat de toenmalige eigenaar Hendrik van Kampen kort na de oorlog een partij films voor honderd gulden opkocht om te kunnen vertonen en te verhuren. Hier zaten 35mm nitraatfilms tussen, die vervolgens bij Van Kampen in de opslag zijn beland. Nadat Foto Vaka in de jaren zeventig de deuren sloot, belandden de films in de kelder. Swierstra had goede contacten met de familie Van Kampen. Dat de kopie die hier tussen zat, zo bijzonder blijkt te zijn, kon niemand ooit bedenken.’

In een boevenpak

Terug naar dat ene bewuste moment. Terwijl Enzing, op wat een gewone werkdag lijkt te zijn, bezig is met het Deltaplan Digitalisering Fries Erfgoed, een plan waardoor financiële middelen beschikbaar zijn gesteld om films te kunnen digitaliseren, krijgt hij een zeer oude filmrol in handen. Hij ontdekt dat het om een slapstick op nitraatfilm gaat. ‘Ik had toen al een beetje het idee dat hier uniek materiaal tussen zou kunnen zitten. Met die blik keek ik er ook naar. Normaal gesproken, als we aangekocht materiaal krijgen, letten we op de rechten. Liggen die ergens anders, dan kunnen we er niets mee. Bij grote archieven in Amerika, Frankrijk en Groot Brittannië liggen originelen en negatieven die vaak in betere staat zijn dan de kopieën die wij in ons archief krijgen. Deze zijn op hoge kwaliteit gedigitaliseerd. Mooi bij deze Kodakfilm is dat, aan de hand van de code die aan de zijkant van de film is aangebracht, ik kon zien dat deze uit 1924 afkomstig moest zijn.’ En komt hij erachter wie er in een boevenpak op de film staat. ‘Ik ontdekte Stan Laurel en dacht: die ken ik. Oliver Hardy zag ik niet, dus wilde ik graag uitzoeken om welke solofilm het ging.’

Mazzel en nieuwsgierigheid

Via Google komt Enzing op het boek ‘Stan without Ollie’ van de schrijvers James L. Neibaur en Ted Okuda. Het bevat zijn solofilms van 1917-1927. ‘Bepaalde gedeelten uit dat boek waren op internet afgeschermd, maar bij wat ik zocht was dat gelukkig niet het geval. Ik wist uit de fragmenten die ik gezien had dat Stan Laurel in de gevangenis zat. Daarbij las ik een voetnoot over de ontbrekende scène waarin hij werd opgehangen. En die scène had ik dus net gezien. Als ik niet verder had gekeken, was het me niet eens opgevallen en was alles anders gelopen. Ik noem het mazzel en nieuwsgierigheid tegelijk. Je moet zo’n film kennen om te weten dat er ontbrekende stukken in zitten.’ Hoe kan het zijn dat dit nu de enige film is met dit bewuste fragment? Een film waarbij de oorspronkelijkheid dus niet is aangetast? Enzing: ‘In de jaren dertig van de vorige eeuw werden bioscoopfilms soms ingekort om ze aantrekkelijker te maken voor een nieuwe release voor de thuismarkt. Alle “overbodige” scènes en fragmenten werden uit de film geknipt. Omdat dit exemplaar een eerdere versie betreft, is deze dat lot gelukkig bespaard gebleven.’

Zichzelf vernietigt

Ondanks dat de film ‘Detained’ op sommige plekken op de perforatie is beschadigd, verkeert deze in een redelijke staat. Enzing: ‘We hebben veel slechter materiaal liggen waarbij per frame een foto gemaakt moet worden om te kunnen digitaliseren. Afspelen is in zo’n geval niet meer mogelijk vanwege de breekbaarheid.’ Het betreft een 35mm nitraatfilm en dat formaat geldt als standaardfilmformaat waarmee vanaf de pionierstijd van de film tot aan vandaag de meeste commerciële speelfilms zijn opgenomen. Filmliefhebber of niet, menigeen weet dat er bij dit materiaal veel explosiegevaar bestaat. Begin jaren vijftig stapten Amerikaanse studio’s daarom over op acetaatfilm. Dit was een stuk veiliger materiaal en moest grote filmbranden voorkomen, welke eerder met nitraatfilm hadden plaatsgevonden. Een nog groter probleem bij nitraatfilm is dat het materiaal tijdens de opslag chemisch wordt aangetast en dus uiteindelijk onbruikbaar wordt. Hoe snel dit proces verloopt, hangt af van de omgevingsfactoren zoals de luchtvochtigheid, de temperatuur en het materiaal van de doos waarin deze is verpakt. Er treedt verkleuring of verbleking van de film op, gevolgd door verkleving, aantasting van de emulsielaag, verweking en uiteindelijk wordt de film verpulverd. Zeker is dat nitraatfilm, of dat nu in een vroeg of in een laat stadium zal zijn, zichzelf vernietigt. De enige oplossing om film veilig te stellen is om dit digitaal over te zetten. Dat moet tijdig gebeuren om verlies van het materiaal te voorkomen.

Originele versie

De grote vraag is nu, was dit de laatste vondst in de geschiedenis? Is er nog meer te vinden in de wereldwijde archieven? In ieder geval worden drie films van Laurel en Hardy beschouwd als verloren, omdat ze sinds de jaren dertig nooit meer in hun originele versie in omloop zijn geweest. ‘Hats Off’ (1927) is spoorloos, van ‘Now I’ll Tell One’ (1927) ontbreekt de eerste helft en van ‘The Rogue Song’ (1930) is een aantal scènes verdwenen. Wie weet… de wonderen zijn de wereld nog niet uit!

Twaalfduizend beelddragers

Het Fries Film Archief is geïnteresseerd in alle films en video’s die in of over Fryslân zijn gemaakt, van heel oud tot zeer recent. De catalogus telt inmiddels ongeveer twaalfduizend beelddragers en audiovisuele producties. Het gaat om films, video’s, dvd’s en digitaal filmmateriaal. Van de films en video’s is lang nog niet alles digitaal beschikbaar. De originele films worden bewaard in het filmdepot in het gebouw van Tresoar. Met het materiaal worden diverse musea in Fryslân ondersteund. Men adviseert archieven, historische verenigingen en particulieren over beheer en digitalisering van historisch filmmateriaal. Een groot deel van de collectie is afkomstig van enthousiaste amateurfilmers (amateur in de zin van liefhebber) die hun materiaal hebben geschonken of in beheer hebben gegeven. Dit is typisch een collectie die door de jaren heen vanuit de samenleving is opgebouwd. Via de website kun je de gehele collectie doorzoeken en het gedigitaliseerde materiaal bekijken (http://friesfilmarchief.nl).

Het leven van alledag

Juist familieopnamen bieden een zicht op het leven van alledag en op wat men belangrijk vond om vast te leggen. Het zegt iets over het Friese gezinsleven, de ontwikkeling van mobiliteit (vakantiefilms!), de manier waarop men belangrijke gebeurtenissen zoals bruiloften en verjaardagen vierde, enzovoort. Ook geven familiefilms een verrassende kijk op de Friese omgeving, denk bijvoorbeeld aan vakantiefilms van de Waddeneilanden of de Friese wateren. Heb je de beschikking over dit soort opnamen, laat het gerust weten. In principe is het onderwerp belangrijker dan het jaartal. Men is ook geïnteresseerd in recent digitaal filmmateriaal.

Het volledige artikel zoals werd gepubliceerd in het tijdschrift Digital Movie is hier te lezen. Voor een abonnement op dit tijdschrift kun je de website www.digitalmovie.nl raadplegen.