Veerle Wagenaar is hooggevoelig: ‘Op drukke zaterdagmiddagen was ik als kind aan het krijsen in de supermarkt’

‘De informatievoorziening is nu veel uitgebreider dan toen het geval was. Het aantal mensen dat hooggevoelig is, ligt op zo’n vijftien tot twintig procent van de bevolking’, aldus Veerle Wagenaar (foto: Robert Alexander).

Laatste update 01-12-2018 – Wat doe je als je erachter komt dat jouw kind ‘anders’ is dan kinderen uit de omgeving? En je te horen krijgt dat er sprake is van hooggevoeligheid? Richard Helwig ging in gesprek met Veerle Wagenaar, van jongs af aan hooggevoelig. Naast haar eerdere beroep als verpleegkundige, maakte ze fulltime de overstap naar een eigen praktijk, Coaching Veerkracht. Hier helpt ze kinderen en jongeren om deze karaktereigenschap niet langer als last te zien.

‘Ik werd vroeger door mijn ouders niet begrepen omdat zij niet wisten hoe hiermee om te gaan. Vooral op mijn tiende levensjaar, na het overlijden van mijn vader, was ik erg zoekende. Rond mijn achttiende werd ik bewuster van mijn hooggevoeligheid. Uiteindelijk heb ik mijn weg hierin weten te vinden.’ Hoe er ook over wordt geoordeeld, een ziekte of aandoening is het volgens Veerle Wagenaar zeker niet. En dat bij jonge mensen, mits met de juiste begeleiding, hooggevoeligheid kan worden ingezet als een gave. Zeg maar: HSP, Highly Sensitive Person. Bij haar zelf begon het toen ze een jaar of zes, zeven was. Leuk was dat allerminst. ‘Op drukke zaterdagmiddagen was ik als kind aan het krijsen in de supermarkt. Toen begonnen mijn ouders te zien dat er “iets anders” was aan mij. Later werd ik ook heel erg bang voor harde geluiden, zoals onweer. Als er bijvoorbeeld een ambulance langs kwam rijden, legde ik mijn handen op mijn oren. Soms heb ik daar nog last van.’

Een nieuwe wereld

In haar jonge jaren blijkt hooggevoeligheid nog niet erg bekend te zijn onder psychologen. Door gebrek aan kennis en ervaring. En dat terwijl ze in haar omgeving verschillende mensen tegenkomt die hierover begonnen. Dat het best wel eens zou kunnen zijn dat het hier zou gaan om hooggevoeligheid. Veerle weet op dat moment nog niet waar het over gaat. Totdat ze zich gaat verdiepen in de materie. Er blijkt opeens een nieuwe wereld voor haar open te gaan. Volgens haar is hooggevoeligheid tegenwoordig wel bekend, maar wordt het nog teveel in een bepaald hokje geplaatst, zoals die van zweverigheid: ‘Wanneer kinderen gediagnostiseerd worden, bijvoorbeeld met autisme, hoeft dat niet zo te zijn, ze kunnen ook simpelweg hooggevoelig zijn. Nu zeg ik niet dat autisme het niet kan zijn, maar het is belangrijk om als ouder te kijken naar de vraag: wat heeft je kind? Kijk naar de verschillende mogelijkheden. Hooggevoeligheid kan soms symptomen hebben van autisme. Ik heb jongeren in mijn praktijk gehad die dachten een bepaalde vorm van autisme te hebben. Die naar psychologen zijn geweest, maar juist daar vastliepen en bij mij opbloeiden. Ik veroordeel niet hoe ze zijn of wie ze zijn door het geven van een stempel. Als ik veel kenmerken zie van hooggevoeligheid, maak ik ze hier van bewust dat ze wellicht hooggevoelig kunnen zijn. Dit brengt vaak meer rust. Ook heb ik jongeren die waarnemingen zien en voelen, die niet controleerbaar zijn. Zij kunnen vaak nergens terecht. In mijn praktijk laat ik ze weten dat niks gek is. En leer ik ze dat zij een zesde zintuig hebben, dus daadwerkelijk deze waarnemingen kunnen zien en voelen! Juist door deze gave als kracht te zien in plaats van een last, bloeien ze helemaal op.’

Altijd breed geïnteresseerd

Zoals sommige mensen intelligenter zijn dan anderen, zo zijn sommige mensen gevoeliger. Op zich niets mis mee, maar het moet volgens Veerle wel op de juiste manier herkend worden. Jongeren komen er volgens haar vaak zelf achter doordat ze op internet gaan zoeken en met die gevonden informatie enige herkenning in zichzelf vinden. Veerle: ‘Zo zijn er ouders van kinderen op Facebook te vinden die zich in allerlei groepen hebben verzameld om ervaringen over hun hooggevoelige kind met elkaar te delen. De informatievoorziening is nu veel uitgebreider dan toen het geval was. Het aantal mensen dat hooggevoelig is, ligt op zo’n vijftien tot twintig procent van de bevolking.’ Over het antwoord op de vraag wat hooggevoeligheid dagelijks voor haarzelf betekent, zegt ze: ‘Ik voel sferen aan. Als mensen net ruzie hebben gekregen, voel ik dat. Daarnaast heb ik ook nog een zesde zintuig. Dat betekent dat ik situaties kan aanvoelen als er iets gaat gebeuren. Of soms zie ik kleuren bij mensen. Ik hou niet van harde geluiden, ben een echte beelddenker. Kan overprikkeld raken wanneer ik lang in drukke gebouwen ben. Maar kan ook intens genieten wanneer ik echt iets doe wat ik leuk vind. En ik ben altijd breed geïnteresseerd in alles. Wil van alles wat weten.’ Veerle ziet het niet als een blokkade, maar als een gave. ‘Juist omdat ik er mijn beroep van heb gemaakt om kinderen, jongeren en jongvolwassenen daadwerkelijk te helpen. Vroeger was dat wel anders. Ik was vaak moe en lag soms om half zeven ’s avonds al in mijn bed. Ik was zo op na een dag vol met prikkels. Ik kon me er niet voor afsluiten.’

Zeer gevoelig zenuwstelsel

Veerle omschrijft wat een hooggevoelig kind precies is. ‘Hooggevoelige personen hebben een zeer gevoelig zenuwstelsel. Uit onderzoek is gebleken dat hooggevoelig erfelijk kan zijn, maar als iemand een kind krijgt, hoeft het niet altijd hooggevoelig te zijn. De informatieverwerking verloopt nauwkeuriger en uitgebreider dan bij een niet hooggevoelig persoon. Je kunt het vergelijken met een filter. Een niet hooggevoelig persoon heeft een filter in zich en daar komen alle prikkels doorheen. De gaatjes zijn zo klein dat alle ervaringen via de vijf zintuigen goed worden gefilterd. Een hooggevoelig persoon heeft ook een zeef als filter, echter zijn de gaatjes hiervan een stuk groter. Hierdoor komen de ervaringen via de vijf zintuigen veel meer het lichaam in. Daardoor heeft een hooggevoelig persoon meer tijd nodig om een ervaring te verwerken.’

In de lege lucht kijken

Is er een omschrijving te geven van hoe je een kind met hooggevoeligheid kunt herkennen? Is dat makkelijk te verwoorden? ‘Enkele kenmerken zijn een grote belevingswereld, meer prikkels binnenkrijgen dan anderen, intens kunnen genieten, over een brede interesse beschikken, van mooie dingen houden om naar te kijken, van rust en vrede houden, dingen graag op hun eigen manier doen en het oog hebben voor details. Ze zijn vaak moe aan het einde van de dag en ervaren meer stress in hun leven. Die kenmerken hoeven overigens niet allemaal tegelijk aanwezig te zijn.’ Is het bijvoorbeeld bij baby’s en peuters al mogelijk om tekenen van hooggevoeligheid te ontdekken? Veerle geeft aan dat dit kan. ‘Baby’s kunnen in de lege lucht kijken en ernaar lachen. Naast hooggevoeligheid kunnen ze waarnemingen zien die voor ons soms onzichtbaar zijn. Kinderen kunnen heel gevoelig zijn voor drukte. Ze kunnen erg gaan huilen als ze overprikkeld zijn. Vaak wordt hooggevoeligheid voor het eerst ontdekt op school. Die kan soms in eerste instantie zeggen dat er iets aan de hand is met het kind. Ouders gaan naar de psycholoog om erachter te komen wat er aan de hand is. Daarom is het belangrijk om eveneens te kijken naar de vraag: heeft mijn kind autisme of is het hooggevoelig?’

Steeds beter te herkennen

Hooggevoeligheid is volgens Veerle zeker niet hetzelfde als autisme. ‘Er zijn vaak wel overeenkomsten. Soms hebben kinderen het allebei. Het is goed om erachter te komen waar het precies bij een kind om gaat. Als ouder kun je wel een vermoeden hebben, maar vaak willen ze het op papier hebben. Vroeger ben ik ook gediagnostiseerd met PDD-NOS, terwijl ik later hooggevoelig bleek te zijn. Het kan dus heel anders lopen dan de bedoeling is. Overigens kreeg ik toen geen hulp en had ik in de gaten dat ik vastliep. Tegenwoordig ligt dat anders. Er is meer hulp voor kinderen en jongeren beschikbaar, waardoor het niet nodig is om geen hulp te krijgen. Soms is die hulp niet in de reguliere zorg te vinden, waardoor ouders genoodzaakt zijn om ergens anders te gaan kijken.’ Ook is hooggevoeligheid volgens haar niet hetzelfde als hoogbegaafdheid: ‘Het komt relatief veel voor dat een kind hooggevoelig en tegelijk hoogbegaafd is. Tegenwoordig weten ouders en leerkrachten het steeds beter te herkennen. Alleen kinderen weten hier niet altijd goed mee om te gaan. Er kan sprake zijn van faalangst of een laag zelfbeeld. Redenen genoeg om bijtijds professionele hulp in te schakelen.’

Focussen op de binnenwereld

Hoe ziet een behandeling in de praktijk van Veerle er gemiddeld uit? ‘Met kinderen vanaf zes jaar werk ik met de “poptalkmethode”. Dat is een methode waarbij ik bijvoorbeeld met poppetjes van Playmobil werk, om samen te kijken wat er aan de hand is. Hieruit volgt een oplossing, maar vaak weten kinderen die zelf al. In de meeste gevallen gaat het hier om één of twee consulten.’ Bij jongeren vanaf zestien jaar verkent ze de binnen- en buitenwereld. ‘Dit is een manier om je als mens af te sluiten voor alle prikkels die je binnenkrijgt. Door je te focussen op de binnenwereld komen minder prikkels binnen. Daarnaast doe ik ook een sessie effectieve communicatie door jongeren te leren vanuit de ‘ik-vorm’ te praten. En hoe om te gaan met faalangst. Met jongeren betreft dit een langdurig traject van een half jaar, soms langer.’

Voor meer informatie over dit onderwerp en over hoe je het beste een afspraak kunt maken voor een consult met Veerle Wagenaar, kun je kijken op de website van Coaching Veerkracht, www.coachingveerkracht.com.