Volop vrijheid met de camper in IJsland!

‘Onze eerste ritten hadden we van tevoren uitgestippeld en de rest zouden we ter plekke verder uitzoeken.’ (foto: Edda Witsen)

Edda Witsen – Sinds ik op de klantenservice van Stalling31 werk, krijg ik regelmatig enthousiaste reacties en verhalen van onze klanten over hun reizen. Het werd dus hoog tijd om ook met mijn gezin eens te ervaren hoe een vakantie met een camper zou bevallen. In combinatie met een lang gekoesterde wens om IJsland te bezoeken, werd onze eerste camperreis een feit.

Bij het maken van onze plannen was het me opgevallen dat er erg veel verschillende campers te huur zijn en dat er best grote prijsverschillen bestaan tussen de types en de verhuurders. Om de kosten een beetje binnen de perken te houden, hadden wij gekozen voor een gewone camper en niet voor een 4 wheel drive. Ik had gelezen dat voor een eerste kennismaking van het eiland een gewone camper zou moeten voldoen. De campers zijn erg gewild, dus het was even puzzelen. We moesten ons reisschema aanpassen om toch twaalf dagen met de camper onderweg te kunnen zijn.

Hoge boetes

Het werden dus eerst drie dagen Reykjavik, en daarna pas rondtoeren. Toen we de camper gingen ophalen, kregen wij uitgebreid uitleg over de camper. Er werd verteld waar alles zat en hoe het werkte, zoals bijvoorbeeld de koelkast op gas: dat hij al rijdend opgeladen werd door de huishoudaccu en tijdens een plek op de camping in de oplaadstand kon. En daar gingen we dan! Het rijden ging prima, we mochten alleen op de hoofdweg rijden en op aangegeven zijwegen. De zogenaamde F-wegen waren alleen voor 4 wheel drives. Rij je op deze wegen met een voertuig zonder 4 wheel drive, dan staan daar hoge boetes op. Het is gezien de kans op schade niet aan te raden, want deze F-wegen doorkruisen bijvoorbeeld ook diepe rivieren en dergelijke. Onze eerste ritten hadden we van tevoren al uitgestippeld en de rest zouden we ter plekke verder uitzoeken.

Netjes onderhouden

In IJsland bestaat een goed kampeersysteem. Je koopt van tevoren een campingcard. Met deze kaart kun je gedurende 28 dagen kosteloos kamperen bij de aangesloten campings. Gebruik van extra’s zoals stroom, moet uiteraard wel betaald worden. Soms moest er ook nog toeristenbelasting betaald worden. Niet op alle campings zijn douches en op sommige plaatsen moest er betaald worden om te kunnen douchen. De campings waren zonder uitzondering netjes onderhouden en goed te bereiken.

Gevarieerde landschappen

IJsland beschikt over ontzettend mooie en gevarieerde landschappen. Van vulkaanlandschappen tot bijna maanachtige zwarte stukken, maar ook bergachtige stukken bij de gletsjers en rotsachtige delen bij de fjorden. Het is erg rustig rijden (je mag sowieso maar maximaal 90 km per uur) en je komt zo af en toe een medeweggebruiker tegen. De hoofdweg is geasfalteerd en kent twee stroken. Het komt met enige regelmaat voor dat de weg in reparatie is en dat er losse steentjes op de weg liggen die nog geasfalteerd moeten worden, zodat er veel steenslag is. Daarnaast ontbreekt de middenstreep zo nu en dan. Deze tussentijdse reparaties zijn nodig als gevolg van de barre weersomstandigheden in de winter.

Terughoudend

In het Westen is de hoofdstad Reykjavik de moeite waard: de sfeer is er gemoedelijk, maar met twee dagen heb je de hoogtepunten wel gezien. We zijn hier zelfs naar het strand geweest, wat met het warme bad prima was om te bezoeken. Het viel me op dat de IJslanders terughoudend zijn. Zo zullen de campingeigenaren niet snel een praatje met je aanknopen. Ze zijn erg op zichzelf en trots op hun land. En terecht! Gelukkig waren er voldoende vakantiegangers waar we een gesprek mee konden aanknopen en die hun leukste ervaringen met ons wilden delen.

Goede verhalen

Het grootste voordeel van reizen met de camper is de vrijheid. Zo hebben we na drie dagen besloten om onze route compleet om te gooien, en niet alleen het Zuiden en het Westen te bezoeken, maar ook andere delen van IJsland waar we onderweg van ervaren kampeerders goede verhalen over gehoord hadden. Verder is IJsland een ‘puur’ land. Het is wat het is. Ze doen zich niet mooier voor dan ze zijn en als er ergens beschreven staat dat het een pittoresk dorpje is, dan kun je ervan uitgaan dat je bij wijze van spreken het hele dorp in een kwartier tijd hebt gezien. Maar ook dat had zijn charme. De harde werkers, de ongeschilderde huizen en verroeste boten in de haven. Niets geen opsmuk.

Edda Witsen werkt bij Stalling31. Dit is een bedrijf dat zich richt op het opzetten van een netwerk van hoogwaardige stallingslocaties voor caravans en campers verspreid door heel Nederland. Meer informatie kun je vinden op www.stalling31.nl.

Advertentie

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*