Weg van de wereld, een vrouw, haar fiets en 28.000 km avontuur

In vijftien maanden tijd 28.365 km fietsen… (foto: Marica van der Meer).

Marica van der Meer – In het Friese Workum stap ik op de fiets, op weg naar de verjaardag van een vriendin. Tot zo ver klinkt het allemaal best herkenbaar. De vriendin woont echter in Australië. Wat bezielt iemand om 28.000 km te gaan fietsen? Is het een vlucht uit de realiteit? Een vlucht uit de sleur van alledag? Zeg het maar.

Fietsen met alles wat je nodig hebt in vijf fietstassen geeft mij een enorm gevoel van vrijheid en de wereld is gewoon heel erg mooi. Via de grote Europese rivieren fiets ik richting Istanbul. In Turkije word ik overal uitgenodigd op de thee. Zelfs bovenop een 1785 meter hoge pas vraagt een herder of ik thee wil. Waar gaat hij dat vandaan halen? De herder pakt een zwartgeblakerde ketel en een fles water uit een van zijn ezel-tassen, daarna gaat hij wat takken sprokkelen en zet de ketel op het vuur.

Op handen gedragen

In een lange broek, een shirt met lange mouwen tot over mijn heupen en de haren verstopt onder een elastische hoofddoek, fiets ik samen met een vriend door Iran. Het is al juli en veel te warm voor zo veel kleding. Iran is een enorm aangename verrassing, overal worden we aangehouden door medeweggebruikers. Ze geven ons fruit, water, thee, brood en nog veel meer. Iedereen wil met ons op de foto, we worden op handen gedragen. De inwoners van Iran vinden het een eer dat we de tijd nemen om hun land te bezoeken. Meer dan een paar keer slapen we bij mensen thuis. Hier leren we dat alhoewel Facebook in Iran verboden is, iedereen die blokkade weet te omzeilen. Ook staat er bij ieder huis een satellietschotel in de tuin, waar ze tv-zenders van over de hele wereld ontvangen. Iran is heel anders dan hun regering ons doet geloven.

Agenten met kogelvrije vesten

Na Iran volgt Turkmenistan, een dictatuur waar we in vijf dagen doorheen moeten, 480 kilometer door de bloedhete Karakum woestijn met veel tegenwind. In dit land krijgt ik de schrik van mijn leven. Mijn fietsvriend Norbert wordt geschept door een vrachtauto. Hij wordt tien meter voortgeduwd over het asfalt. Wonder boven wonder komt hij er vanaf met een gat in zijn hoofd, een hersenschudding en een knie tot op het bot open. In China heb ik een haatliefde verhouding met de politie. Kamperen mag niet, want in het westen van China moet elke buitenlander zich iedere nacht registreren in een hotel. Ik word een paar keer uit mijn hotel geplukt en naar een ander hotel gebracht, omdat het hotel geen vergunning voor buitenlanders heeft. In een oase midden in de woestijn staan er zomaar vijf agenten met kogelvrije vesten en machinewapens om mij heen, ze geven mij het bevel hun te volgen naar een hotel. In de Himalaya slaap ik zelfs een nacht in het kantoor van een politieagente, omdat het toeristenhotel veel te duur is. Vervolgens word ik door dezelfde politie uitgenodigd voor het eten, we communiceren via google-translate op een smartphone.

Mannen op brommertjes

Aan China lijkt geen einde te komen, eerst fiets ik 1700 kilometer rechtdoor over een en dezelfde weg door de Taklamakan woestijn, daarna overwin ik in de Himalaya tien passen van boven de 4.000 meter en dan nog het tropische regenwoud in het zuiden. Na drie maanden in China bereik ik de grens met Laos. In Thailand krijg ik weer bezoek, samen met een vriend fiets ik richting Myanmar, het voormalige Birma. In Myanmar worden we achtervolgd door mannen op brommertjes, het is niet duidelijk of deze niet zo geheime agenten de bevolking beschermen tegen de twee buitenlanders op een fiets of dat wij beschermd worden tegen de lokale bevolking. Na ruim elf maanden en met 20.500 kilometer op de teller bereik ik in Singapore het einde van het Euraziatische continent. Singapore is een stukje westerse wereld in Azië. Een fantastische stad om even bij te komen. Na een paar dagen neem ik de ferry naar het Indonesische eiland Batam. Daar vertrekt de grote ferry naar Jakarta in Indonesië.

Sokken en schoenen uit

In Jakarta komt een vriendin langs, ze barst van de energie en heeft genoeg voor twee. Op het dichtbevolkte Java fietsen we zoveel mogelijk op kleine weggetjes. Dat gaat ook weleens niet goed, opeens staan we voor een brede rivier en de brug ontbreekt. Oh jee, als we terug moeten is het wel een heel stuk omfietsen. Op een bepaald punt in de rivier steken allemaal steentjes uit het water, we trekken de sokken en schoenen uit en wagen de oversteek. Tussen Bali en Australië ligt een enorme oceaan en er is geen ferry. Het liefst zou ik Australië per ferry bereiken, maar ik ben in de verkeerde eeuw geboren. Zo kom ik uiteindelijk toch per vliegtuig in Darwin aan, maar ik ben in Australië, op de fiets! Mijn denkbeeldige finish ligt echter in Adelaide, helemaal in het zuiden van Australië. Hier woont mijn vriendin Maria, die over een kleine drie maanden haar verjaardag viert. Dat moet haalbaar zijn.

In een intense hitte

De Stuart Highway loopt helemaal van Darwin naar Adelaide, maar dat is te simpel ik wil nog iets van Australië zien en fiets helemaal via de Oostkust en Tasmanie naar het zuiden van Australië. Ik deel de enorm lange Australische wegen met 52 meter lange Road Trains, drink gefilterd bodemwater en kampeer in een intense hitte. Fietsen in Australië is niet gemakkelijk. Via mooie steden als Brisbane en Sydney fiets ik uiteindelijk precies op de dag van de verjaardag van mijn vriendin Maria in Adelaide over de finish. Na vijftien maanden, 28.365 km en twaalf lekke banden, is dit een waardig einde van een lange indrukwekkende reis.

Over deze reis is in februari 2016 het door Marica van der Meer geschreven boek Weg van de Wereld verschenen (bij uitgeverij Elmar ISBN 978-90-389-2518-9). Eerder verschenen van haar hand de boeken Van vuur naar IJs en Rond Afrika.

Advertentie

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*